SAL7328, Act: V°236.3 (197 of 338)
Search Act
previous | next
Act V°236.3  
Act
Date: 1434-01-09

Transcription

 by 
Item willem moelgaert van vilvorden es come(n) in jeg(ewoirdicheit) der scepen(en)/
van loven(en) en(de) heeft geconsenteert en(de) ov(er)ghegheve(n) he(re)n woute(re)n/
moelgart sine(n) sone proefst des goidshuys van sente g(er)truden te/
loven(en) tot des selfs goidshuys behoef alle alsulken acht(er)stel van/
lijfpensien als de voirs(creven) willem ombetaelt uutstaende heeft aen/
de stat van loven(en) voirs(creven) van sijnre lijfpens(ien) die willem voirscr(even)/
te sine(n) live opte stat van loven(en) jairlix geldende heeft Ende/
heeft den selve(n) proefst gemechticht en(de) volcome(n) macht gegeve(n)/
tvoirs(creven) achterstel te heffen opte boe(re)n en(de) tontfaen tot stvoirs(creven) goidsh(uys)/
behoef de stat d(aer) af quijt te schelde(n) Ende alsdan alle dat/
dair toe te doen dat willem voirs(creven) selve nu doen soude oft doen/
mochte sond(er) yema(n)ts wed(er)segge(n) Gelove(n)de vast en(de) gesteedich/
te houden wes biden voirs(creven) proefst inde(n) voirs(creven) saken gedaen sal/
werden capel(le)[ma(n)] lynden ja(nuarii) ix
Contributors
Moderated bykristiaan magnus
Last update: 2015-01-02 by kristiaan magnus