SAL7331, Act: V°222.1 (174 of 351)
Search Act
previous | next
Act V°222.1  
Act

Transcription

2019-01-10 by kristiaan magnus
It(em) cond sij allen lieden dat gordt [goert] ve(re)nbruyne(n) van belanden en(de) joes/
sterx van s(en)[te] jorijs te w(er)de sijn comen in jeghevoirdich(eit) [der scepen(en) van lov(en)] en(de) hebben/
gehuert [en(de) bekent dat sij gehuert hebben] jegen mathijse van blassenborch geheten van valkenborch/
de vorsterije [vorsterie] vanden bossche en(de) vrouwen van scoenvorst gelegen/
op merdal met huerer toebehoirte(n) van s(en)te m(er)tens misse lestleden [dat was]/
int jaer xiiii[c] xxxv [lestled(en)] eene(n) t(er)mijn van vi jae(re)n lanc deen nae dand(er)/
sonder middel volgen(de) elx jaers dae(re)bynne(n) voe(r) xvi [xvi] g(ri)pen te xl/
pl(acken) alsulx gelts als nu in brabant cours heeft x wijssen/
houts en(de) i[m] rijs alle jae(re) te s(en)te m(er)tensmisse den voirs(creven) mathijse/
te betalen en(de) tvoirs(creven) hout te loven te leve(re)n den voirs(creven) t(er)mijn due(re)nde/
en(de) telken t(er)mine als v(er)volghde schout Gelovende de voirs(creven)/
mathijs den voirs(creven) p(er)sone(n) vander voirs(creven) vorsterie(n) jegen eene(n)/
yegeliken recht warant te sine [den voirs(creven) t(er)mine due(re)nde] rol(ofs) smet ja(nuarii) ix
ContributorsKarel Embrechts
Moderated byKarel Embrechts
Last update: 2012-08-27 by Sabrina Keyaerts