SAL7334, Act: R°140.3 (142 of 429)
Search Act
previous | next
Act R°140.3  
Act

Transcription

2012-12-18 by xavier delacourt
It(em) gielijs trissene(re) van nuwerode in jeg(ewordicheit) d(er) scepen(en) van loven(en) /
gestaen heeft gehuert en(de) bekent dat hij gehuert heeft jegen /
jouffr(ouwe) lijsbetten weduwe lonijs wilen va(n) boechout een eeusel /
houden(de) vi dach(mael) of d(aer) ontrent gelege(n) te nuwerode [bijde] tussche(n) /
de biest ald(aer) tusschen reyners de wynne en(de) de goede /
d(er) kinde(re) goerts wilen vand(er) strate(n) te houde(n) en(de) te hebbe(n) /
also langhe als de voirs(creven) jouffr(ouwe) lijsbet en(de) gielijs /
leve(n) sele(n) en(de) de beste va(n) hen beyde leve(n) sal Elx /
jaers om x hollan(dsche) gul(den) van goude goet en(de) gheve /
te wete(n) ii oude crone(n) voe(r) iii gul(den) holl(andsch) gerekent te /
s(in)t m(er)tens misse inde(n) wynt(er) te bet(aelen) der voirs(creven) jouffr(ouwe) /
lijsbette(n) en(de) hue(re)n nacomel(ingen) [alle jae(re)] also lange als de voirscr(even) /
jouffr(ouwe) en(de) giel(ijs) oft de leste va(n) hen beyde(n) leve(n) /
sal en(de) telke(n) t(er)mijne als v(er)volgde schout lomb(ar)t /
lye(mingh)[en] oct(obris) xxvii /
ContributorsInge Moris
Moderated bySabrina Keyaerts
Last update: 2012-09-05 by Sabrina Keyaerts