SAL7334, Act: V°140.3-V°141.1 (143 of 429)
Search Act
previous | next
Act V°140.3-V°141.1  
Act
Languages:Latinum,Nederlands

Transcription

2019-10-11 by xavier delacourt
It(em) villicus lov(aniensis) med(iantibus) scabinis lov(aniensibus) adduxit johanne(m) goeswijn /
ad o(mn)ia et singula bona mo(bili)[a] amelii quond(am) filii theod(erici) /
quond(am) panneye de warna(n)t co(m)mor(antis) apud ev(er)nas le bauduwijn /
ubicu(m) locor(um) sit(a) consistu(n)t aut quocu(m)q(ue) no(m)i(n)e censeant[(ur)] /
p(ro) c(er)t(is) p(ro)missionib(us) et co(n)vent(i)o(n)ib(us) (con)st(itutis) in l(itte)ris scabinor(um) /
lov(aniensibus) quar(um) tenor sequit[(ur)] in h(ec) verba Cont zij /
allen lieden dat amelis sone dierix wilen panneye /
van warna(n)t wonende tevrenas le bauduwijn Es come(n) in teghe /
woirdicheiden der scepen(en) van love(n) En(de) heeft ghenome(n) en(de) bekent /
dat hy ghenome(n) heeft van he(re)n woute(re)n vander tommen prioer /
vanden goidshuyse van senter claes englanes bi ludick En(de) procuratour /
des abds en(de) convents van sinte laureys by ludick van des selfs goidshuys /
weghen van sente laureys En(de) van hue(re)n weghen ghemechticht de goede des /
voirscr(even) goidshuys van sente laureys Te weten(e) de wynninghe met den /
hove wy(n)ne(n)de lande thienden molen renten beemden tsijsen derdeschove /
land met alle(n) hue(re)n toebehoirten gheleghen tevrenaz le bauw baudewijn /
ghelijc die voirs(creven) amelis die selve goed voirtijts ghehouden heeft Te houden(e) /
en(de) te hebben(e) van opden yersten dach van merte lestleden ene(n) t(er)mijn van /
twelf jaren lang deen na dander sonder middel volgende Elx jaers dair /
daren bynne(n) om drie hondert en(de) w veertich mudde(n) spelten goet en(de) /
payabel der maten en(de) pachts van ludick te sente andries messe apostels /
te betale(n) en(de) ombegrepe(n) tonser liever vrouwe(n) daghe lichtmesse den /
voirs(creven) h(e)r(e)n woute(re)n bruerder janne brueder janne del chera sone jans /
del chera brueder janne del chera sone jaquemijns del chera moneken /
svors(creven) cloesters van sente laureys janne goeswijn en(de) janne van vertrike /
oft den ene(n) van hen brenger des briefs en(de) opden graneyr van sente /
laureys oft bynne(n) ludick op de grayniers vanden pensionarisen die aen
//
die voirs(creven) goede bewijst sijn oft sijn sulle(n) te leve(re)n op cost en(de) vracht des /
vors(creven) amelis jairlijx den voirs(creven) t(er)min duerende en(de) telke(n) t(er)mijn als ver /
volghde schout It(em) sal noch de voirs(creven) amelis jairlijx betalen den voirscr(even) /
t(er)mijn duerende voer den cost van den scepen(en) der voirscr(even) h(e)r(e)n ten drien /
jairghedinghe(n) drie mudde spelte(n) mate en(de) talinge voirs(creven) It(em) sal de voirs(creven) /
amelis jairlijx wel en(de) loflijck sijne(n) t(er)mijn duerende de voirs(creven) wynnende /
lande wynne(n) en(de) erien van alle(n) vore(n) na hore drie arde en(de) die merghele(n) /
alsoemen boven en(de) beneden doen sall na usagie vanden lande aldair sonder /
te mesarden en(de) bynne(n) den selve(n) tijde twewerve(n) en(de) loflick ov(er)mesten It(em) es /
vorwerde dat de voirscr(even) wynne alle stroe en(de) voesterynghe vanden voirscr(even) lande /
en(de) thienden en(de) goeden come(n)de brenghe(n) sall int voirsc(reven) hoff sijne(n) t(er)mijn lang dure(n)de /
en(de) dat aldair vertere(n) met sijne(n) beesten en(de) te meste maken en(de) dat voerre(n) /
opt fvoirscr(even) lant slants meeste(n) p(ro)fijte En(de) wairt alsoe dat dair over schote /
dat soude de voirscr(even) amelijs ten ynde vanden voirscr(even) t(er)mine laten int hoff /
vander voirscr(even) wynninghe(n) It(em) sall die voirscr(even) amelijs ten uutgange vanden /
voirscr(even) t(er)mine tcoren dat hij ghesaeyt sal hebben den voirscr(even) h(e)r(e)n laten /
ter taxacien vanden lieden alsoet hem de voirscr(even) h(e)r(e)n ghelevert hebbe(n) Te weten /
elc boenre spelten voer twelf mudde deen doer dande(r) van welker spelten/
sijn sal moghe(n) omtrent tweentwintich en(de) een half boeenre It(em) sal de voirscr(even) /
wynne ten uutgange van sijne(n) t(er)mine loflic laten de voirscr(even) lande omghedaen ghestort /
en(de) dmest wael gheackert It(em) ys vorwairde wairt alsoe dat tvoirscr(even) coren /
ten eynde vanden voirscr(even) t(er)mine beter worde vonden byder taxacien dan sij waren /
doense die voirscr(even) amelis aenverde so selen die voirscr(even) he(re)n hem dair af /
rastoer doen Wairt oec alsoe dat si mater vonden worden dan sij waren te /
syne(n) income(n) soe soude die voirscr(even) amelis den voirscr(even) he(re)n dat oprichten /
ter taxacien van goeden mans It(em) mach die voirscr(even) amelis de derdeschove /
lande die hij niet ghewynnen en can onder sijn ploech voirt ande(re)n lieden te /
pachte gheve(n) op alsoe dat hij ghetruwelijc sijn macht dair toe doen sal dat /
sij ghewonne(n) en(de) ghew(er)ven selen w(er)den ghelick den ande(re)n landen voirg(enoemd) sonder /
arghelist It(em) es gheorloft den voirscr(even) amelijs weert also dat hij alle de /
andere lande voirscr(even) niet ghewy(n)ne(n) en conste dat hijse voert in zomminghen deele /
sal moghe(n) uutgheve(n) alsoe verre als kenlick es dat hijse niet ghewynne(n) /
en conste goeden liede(n) vanden dorpe voirscr(even) en(de) niema(n)de anders Ende alstoes /
alsoe dat stroe datter op wasse(n) sal ghe weder ghevuert worden op de voirscr(even) lande /
It(em) es noch gheorlooft den voirscr(even) amelise vande thienden die verre gheleghe(n) /
sijn dat hijse voert verpachten mach den goede lieden met alsuker vorwerden
//
dat inden lesten jare vanden voirscr(even) t(er)mine die voirscr(even) thiende alsoe /
wale die verre ghelege(n) es als die by gheleghen es come int tvoirscr(even) /
hoff vander voirscr(even) wynninghe(n) omme stroe te mest te makene ghelijck /
den ande(re)n stroe voirscr(even) It(em) waert alsoe dat yemand den voirscr(even) /
amelijse vander he(re)n weghen tsijs sculdich wae(re) en(de) in ghebreke wae(re) /
dien te betaellen so sall de voirscr(even) amelijs dien vervolghe(n) en(de) die /
pande uutwinnen mette(n) rechte en(de) goedinghe dair af neme(n) tot der /
voirscr(even) he(re)n behoef en(de) op cost des abds en(de) co(n)vents voirscr(even) Item /
sal sculdich sijn die voirscr(even) amelijs wettelick te ondersuekenne op /
zyne(n) eedt nae sijn macht allen den tsijs rente(n) en(de) capune vanden /
abdt en(de) conve(n)te voirscr(even) inde name vanden ghene(n) diese sculdich sijn /
en(de) die pande die dair af sijn en(de) dat behoirlike met ghescrifte overgheve(n) /
It(em) sal de voirscr(even) amelis jairlijx alle die goede vander voirscr(even) /
pachtinghe(n) brenghe(n) int voirsc(reven) hoff uutghenome(n) tghene dat hem /
vore gheconsenteert es vanden lande en(de) thienden die verre gheleghe(n) /
sijn en(de) alse vanden by vanghe vanden voirscr(even) hove en(de) oic vander /
molen h(ier) nae ghenoemt Es vorweerde datme(n)se den voirscr(even) amelise /
wel en(de) soufficiantelick gemaect leve(re)n sal en(de) hij salse sculdich sijn te houden /
alse van platen van wande en(de) van dake en(de) mach de voirscr(even) abdt /
jairlijx eens trecke(n) int voirscr(even) hoff die voirscr(even) goede te visiteren /
en(de) dan sal die voirscr(even) amelijs den montcost doen van syne(n) huysgesynne /
van sine(n) peerden avont en(de) morghe(n) wel en(de) volcomelijck zonder /
wijn te leve(re)n It(em) sal die voirscr(even) wynne ten eynde vanden voirscr(even) /
t(er)mine den voirscr(even) he(re)n btel betalen drie mudde grauwer erwete(n) /
en(de) drie mudde veetse(n) die hem die selve he(re)n leenden ten innegaen van /
syne(n) t(er)mine en(de) es vorweerde dat die voirscr(even) he(re)n tvoirs(creven) hoff en(de) /
goede vry houden selen den voirs(creven) t(er)mijn dueren(de) sonder arghelist /
It(em) sal die voirscr(even) amelijs houden sijne(n) t(er)mijn duerende de voirscr(even) /
mole(n) en(de) voirslach vander molen van alle(n) werke uutghenomen /
trat de molensteene de pyle dbynne(n) rat en(de) den molenboem En(de) es /
te weten(e) als vand(en) voirslaghe dat amelijs dair af betale(n) sal die /
dachuere en(de) den cost vanden wercklieden om den water syne(n) vryen /
loep te hebben en(de) sijn gheleye op de voirscr(even) mole(n) behouwelijck oft /
overtuldech vloet quame dat niet ghescien en moet soe en soude /
amelijs dair inne niet ghehouden sijn welke voirwerde(n) en(de) /
co(n)dicien alle en(de) yeghewelke voirscr(even) die voirscr(even) h(er) wout(er) vand(er) tomme(n) /
als mechtich van des voirscr(even) goidshuys wege(n) in deen zijde en(de) de voirscr(even) /
amelijs in dande(re) gheloeft hebbe(n) malcande(re)n vast en(de) ghestedich te /
houden en(de) te voldoen tallen tijde alsy verscyne(n) en(de) vallen sulle(n) en(de) /
telke(n) t(er)mijn als vervolgde schout H(ier) ware(n) over joes absoloens /
en(de) andries van voshem scepen(en)van love(n) sessentwintich daghe in /
junio int jair ons he(re)n duysent vierhondert seve(n) en(de) dertich /
et habuit q(ue)rel(as) hiis int(er)f(uerunt) lomb(ar)t velde oct(obris) xxix
ContributorsInge Moris
Moderated byMi-Je Van Gils
Last update: 2012-09-05 by Sabrina Keyaerts