SAL7335, Act: V°390.4 (411 of 451)
Search Act
previous | next
Act V°390.4  
Act

Transcription

2020-07-04 by kristiaan magnus
It(em) na dat symoen de rykair mette(n) rechte te loven(e) hadde ge/
rasteert iii p(er)de toebehorende baudewijn van glimis voir/
zeke(r) montcost die de voirs(creven) symoen den voirs(creven) bauduwijn/
es eysschen(de) bege(re)nde hem mette(n) voirs(creven) p(er)den te behulpen/
en(de) hij bij manisse(n) des meyers van loven(e) en(de) vo(n)nissen d(er)/
scepen(en) sijne(n) eedt behoirlijc gedaen heeft ten heyligen/
dat hij aen de voirs(creven) pande van montcoste hadde lxv/
xlv gripen te xl pl(a)c(ken) stucke(n) en(de) xxxvi pl(a)c(ken) Soe/
sijn de selve p(er)de mette(n) vo(n)nisse(n) behoerlic aen gewesen/
te v(er)copen om sijn voirs(creven) schout d(aer) ane te maken bij alsoe/
oft die meer gulden dat dat den voirs(creven) bauduwijn we(derkeert)/
worden sal en(de) oft die myn gedroege dat hij mach voert/
varen machmette(n) recht ab cor(am) abs(oloens) wynge maii xx
ContributorsKarel Embrechts
Moderated byKarel Embrechts
Last update: 2012-10-30 by Sabrina Keyaerts