SAL7338, Act: V°163.4-R°164.1 (200 of 519)
Search Act
previous | next
Act V°163.4-R°164.1  
Act
Date: 1443-11-14

Transcription

2019-11-08 by Roger Morias
It(em) henric trybout van boensbeke in jeg(enwoerdigheit)(et)c(etera) heeft/
genomen en(de) bekent dat hij genomen heeft van willem /
van daelhem naturlic van aetrode een ca(m)me gelegen/
te puppensvoirt inde prochie van boensbeke met allen zijne(n)/
toebehoirte(n) gelijk de selve wille(m) die aldair houden es/
Te houden(e) en(de) te hebben van sinte denijs misse lestleden/
ene(n) termijn van drie jae(re)n lang deen nae dand(er) staphans/
sond(er) middel volgen(de) elx jairs dair en bynne(n) te/
wete(n) alle weten alle weken thien gelten burs d(er) maten/
van thiene(n) te betalen alle weken als den voirs(creven) termijn
//
due(re)nde en(de) telken termijn als vervolghde schout It(em) es vorwerde/
want de voirs(creven) willem van daelhem den voirg(enoemde) henr(icke) trybout/
te zijne(n) aencome(n) gelevert en(de) geleent heeft dat dan de selve/
henric de
[viii] thien sacken gersten met wanne en(de) vede(re)n wael/
en(de) loflic bel bereyt der mate(n) van thiene(n) dat dan selve/
henric die voirs(creven) thien [viii] sacke gerste(n) d(er) mate(n) voirs(creven) wael en(de)/
loflic bereyt ten eynde vande(n) voirg(eruerde) drie jae(re)n leve(re)n ende/
den voir(creven) willem(me) betalen [sal] sond(er) enich wederseggen [oft alsoe vele gelts daer voe(r) als te dien tijde de selve gerste bove(n) en(de) beneden geld(en) sal] Item es/
vorwerde dat de voirg(enoemde) willem den voirg(enoemde) hendricken leve(re)n/
sal viii tregelle vaten en(de) iiii aemvaten wael en(de) loflic/
ge maect [en(de)] gevonden wat(er) vast en(de) den selve vate(n) sal de voirg(enoemde)/
henric alsoe wat(er) vast wael en(de) loflic gevonden leve(re)n den/
voirs(creven) willem(me) ten afsceide(n) van zijne(n) voirg(enoemde) t(er)mi(n)e It(em) es/
noch ond(er)sproeken dat de voirg(enoemde) henric die wande vanden vors(creven)/
husen en ca(m)me houde(n) sal op zijne(n) cost vand(er) onderste rijkelen/
nede(r)werts en(de) alsme(n) dair doet decken [plecken] tym(m)e(re)n oft metsen/
soe sal de selve henric den m werclieden den montcost gheve(n)/
en(de) de voirs(creven) willem sal hen de dachue(re)n betalen/
It(em) sal de selve willem den voirg(enoemde) henricken leve(re)n en(de) doen/
maken op zijne(n) cost ene(n) com enen loesen bodem en(de) een ghote/
van xii voete(n) lanc oft alsoe lange als de selve henric dier/
sal behoeven ende de ca(m)me en(de) de husingen vand(er) selver/
ca(m)men doervast en(de) vynste(re)n vast leve(re)n en(de) die selve d ca(m)me/
en(de) huysinge(n) sal de voirs(creven) henric ten afsceide(n) van zijne(n) t(er)mijne/
alsoe laten gelijc hem dat gelev(er)t zijn selen H(ier) af zijn borgen/
des voirs(creven) henrix jan beecmans dieme(n) heet vranx sone/
matheeus wijlen beecmans en(de) goert herheynsens [beyde] van glabbeke/
et p(ri)m[(us)] voshem dor(ma)le nove(m)br(is) xiiii
Contributorskristiaan magnus
Moderated bykristiaan magnus
Last update: 2014-10-07 by Jos Jonckheer