SAL7339, Act: R°261.1 (322 of 450)
Search Act
previous | next
Act R°261.1  
Act
Date: 1445-03-08

Transcription

2019-04-29 by Jos Jonckheer
It(em) meest(er) gielijs vand(er) stoct secr(etaris) d(er) stad van loven(en) in p(rese)ncia/
heeft genomen en(de) bekent dat hij genomen heeft/
vanden momboe(re)n des heilichs gheests van s(in)te jacops te loven(en)/
seven dachmale lants gelegen te he(re)nt in ene(n) stucke/
aen den roywech opten couthe(r) ald(air) neven dlant d(er) baghinen/
van arscot en(de) henrix [wilen] abs(oloens) Te houde(n) te hebben en(de)/
te wynnen van halfm(er)te neestcomen(de) eene(n) t(er)mijn van/
ix jae(re)n lang staphans v(er)volghende Elx jairs dae(re)n/
bynnen om vier mudde rox d(er) maten van loven(en)/
alle jae(re) s(in)te andr(ies)misse apostels te betalen en(de) opde(n)/
spyke(r) des voirs(creven) heilichs gheest te loven(en) te leve(re)n/
quol(ibet) ass(ecutu)m Ende es vorwerde dat de voirs(creven) meest(er)/
gielijs tvoirs(creven) goet wel en(de) loflijc wynne(n) en(de) werven/
sal gelijc sijne(n) reengenoten bove(n) en(de) bened(en) en(de) tselve/
goet laten te sijne(n) afscheiden alsoe hijt vinden sal tsijne(n) aencome(n)/
rijke ov(er)wynge m(ar)cii viii[a]
ContributorsWalter Winnelinckx
Moderated byWalter Winnelinckx
Last update: 2016-11-17 by Jos Jonckheer