SAL7342, Act: R°188.2 (300 of 650)
Search Act
previous | next
Act R°188.2  
Act
Date: 1447-12-02

Transcription

2018-04-28 by Pieter Soetewey
Na dat in rechte comen zijn voe(r) meye(r) en(de) scepen(en) van loven(en) malc/
tegen ande(re)n henric van cuyc alse man en(de) mo(m)boir jouff(rouwen)/
lijsbette(n) van doerne docht(er) mathijs wile(n) van doerne sijns/
wijfs en(de) gheerts zannen alse mo(m)boir sijnre wettig(en) kinde(re)n/
ond(er) hue(re) dage wesende die hij hadde van jouffr(ouwen) heylweg(en)/
wilen van doerne sust(er) der voirs(creven) jouffr(ouwen) lijsbette(n) op deen zijde/
ende ja(n)nese van doerne zwage(r) des voirs(creven) henrix en(de) gheerts/
en(de) brued(er) der voirs(creven) lijsbette(n) in dande(re) alse van zeke(re)n/
vorwerden condicie(n) en(de) geluften bide(n) voirs(creven) p(ar)tien en(de) sund(er)linge/
bide(n) voirs(creven) ja(n)nese sijne(n) voirs(creven) tween zwagers v(er)leden en(de) geloeft/
den ande(re)n dach der maent van octobri int jair xiiii[c] en(de)/
xxxvii dair de selve zwage(re)n scepen(en) brieve af hadden ende/
tp(ro)tecol vand(er) selv(er) daer onder diericke wile(n) vande(n) else/
secretar(is) mencie af maect dair voe(r) de selve zwage(re)n/
den voirs(creven) ja(n)nese hue(re)n zwag(er) aenspraken meyne(n)de dat hen/
dat dinhoudt van dien bide(n) voirs(creven) ja(n)nese volvuert soude/
worden en(de) voldaen dies zij hen na met reden(en) ind(er) selv(er) aensp(ra)ke(n)/
gevueght getroesten totden rechte den voirs(creven) ja(n)nese dair/
op antwerden(de) alligeerde [vele] voe(r) gebreke die hij wed(er) om aen/
sijn voirs(creven) zwage(re)n hadden mair e(m)mer en v(er)mat hij hen/
niet gheenre vande(n) poente bij he(n) voir scepen(en) van loven(en)/
geloeft en(de) ind(er) voirs(creven) vorw(er)den beg(re)pen voldaen te hebbe(n)/
wijsden de he(re)n scepen(en) van loven(en) ter manissen smeyers dat de/
voirs(creven) ja(n)nes gehouden sijn soude vande(n) poenten inde scepen(en) br(ieve)/
en(de) vorwerde(n) begrepen sijne(n) voirs(creven) zwage(re)n te voldoen en(de) hadde hij/
dae(re)n teynden e(n)nich gebrec dat hij dat vervolgen mochte met/
rechte cor(am) eisd(em)
ContributorsLieve Van Hoestenberghe
Moderated byLieve Van Hoestenberghe
Last update: 2015-08-20 by Agata Dierick