SAL7342, Act: V°417.2 (638 of 649)
Search Act
previous | next
Act V°417.2  
Act
Date: 1448-06-18

Transcription

2020-05-28 by Pieter Soetewey
It(em) henric geheten de heyden(e) in p(rese)ncia heeft gehuert ende bekent dat hij gehuert/
heeft jegen lodewijken van oppendorp alle alsulke wouw(er)s en(de) vivers/
met hue(re)n toebehoirte(n) alse de voirs(creven) lodewijc inde p(ro)chie van b(er)them en(de)/
van vroyenb(er)ge liggende heeft te houden ende te hebben van/
inganck m(er)te lestleden ene(n) t(er)mijn van vi jairen lanc v(er)volgende elcx/
jairs dae(re)n bynne(n) om en(de) voe(r) v rinsche gulden(en) goet ende gheve oft/
de werde dair af alle ja(r)e te halfm(er)te te betalen(e) den voirs(creven) lod(ewijken)/
den voirs(creven) t(er)mijn due(re)nde quolib(et) ass(ecutu)[m] ende es vorwerde dat de/
voirs(creven) henric alle jai(r)e betale(n) sal xi dachue(re)n die lodewijc aende/
wuwers jairlix sal doen leggen willem(air) hortbeke junii xviii
ContributorsLieve Van Hoestenberghe
Moderated byLieve Van Hoestenberghe
Last update: 2015-08-21 by Agata Dierick