SAL7347, Act: R°343.2 (547 of 746)
Search Act
previous | next
Act R°343.2  
Act
Date: 1454-04-10

Transcription

2019-02-07 by Magda van Winkel
Item den voirs(creven) brief is den voirs(creven) p(er)sonen bekint te dier meyni(n)ghen/
want de vors(creven) wilen willem van ned(er)hem man en(de) mo(m)boer der/
vors(creven) jouffr(ouwe) jans van nederhem van halen borge was voer/
de thiende van halen der he(re)n van sinte lambrechts te luydic/
en(de) voer sesse guld(en) rijd(er)s lijfpensien dair willem de clyeve(re)/
en(de) jan otten oic borghe voerstaen en(de) dair de vors(creven) wilen wille(m)/
hen beyden geloeft heeft metten voirs(creven) janne die alleene p(ri)ncipael/
is scadeloes tontheffen dat de vors(creven) weduwe oft hue(r) sone/
hen metten selven brieve sullen b mogen behulpen over janne/
en(de) sijn goede o(m)me hem scadeloes vand(en) ii pointen vors(creven) tot/
allen nacomen(de) tijden gehouden te wordden also wale vand(en)/
p(ri)ncipalen en(de) van des vorschreven is als vortaen vallen sal/
mogen op also dat zij hen metten selven brieve totten/
goede(n) des selfs jans niet en sullen mogen doen beleid(en)/
het he en wae(re) dat zij vanden pointe(n) vors(creven) oft e(n)nich/
van dien scaedechtich wordden en(de) al wae(re)n sij scaetechtich/
nochtan en soud(en) sij dbeleit totten goeden niet mogen doen/
het en wae(r) dat sijt den vors(creven) janne veerthien nacht/
te voe(re)n gewaerschouwet hadden met goeden mannen/
Vort heeft de vors(creven) jan geloeft en(de) gesekert in recht(er)/
eedtstat dat hij vort meer negheene scepen(en) brieven va(n)/
loven(en) oft van bruessel maken en sal die hier tegen hem/
oft sijnen nacomelingen te scaden mochten comen ende soe/
wanneer de lossinge vand(en) twee pointen vors(screven) g volco/
mentlijc gesciet is en(de) den cost en(de) co(m)mer [die] hier op/
geloopen mochte gerestitueert salmen de vors(creven) br(ieven) te/
nyeute doen Heeft vort geloeft de voirs(creven) jan van/
langle de jonghe tusschen dit en(de) sinxen(en) naestcomen(de)/
te v(er)vangen herma(n)ne van langle sijnen oem dat hij/
dbeleit van loven(en) dat hij heeft op sijn goede quijtscelde(n)/
sal also v(er)re als hij tegen des vors(creven) is dair niet in/
nacomen(de) tijden comen soude mogen Geloven(de) ende/
sekeren(de) als voe(r) dat hij als nu gheen ander beleit va(n) loven(en) noch van/
bruessel en heeft noch en weet op sijn goed(en) spreken(de) eisd(em)
Contributorskristiaan magnus
Moderated bykristiaan magnus
Last update: 2016-04-02 by kristiaan magnus