SAL7347, Act: R°374.2-V°374.1 (612 of 746)
Search Act
previous | next
Act R°374.2-V°374.1  
Act
Date: 1454-05-09

Transcription

2019-06-13 by Magda van Winkel
Tvo(n)nisse vanden gedinghe dat voer meye(r) en(de) scepen(en) van loven(en)/
gewest is tusschen gerarde van crehain als aenlegge(r) die naden/
rechte der stat van loven(en) geleit is totten goeden jorijs van crehain/
sijns vaders in deen zijde en(de) henricke la balestrir die naden selve(n)/
rechte voe(r) meye(r) en(de) scepen(en) van loven(en) gegoedt en(de) gheeerft/
is in een huys en(de) hoff met zijnd(er) toebehoerte(n) gelegen te ha(n)nut/
tusschen de goede henricx le cheron en(de) de goede wilen der armer/
van ha(n)nut geheten de hoeghe came(r) nu des vors(creven) jorijs in dande(r)/
Alse van eenen weghe die de vors(creven) jorijs en(de) de vors(creven) gerart/
sijn sone van sijnen wegen meynde(n) te hebben van hue(re)n voirs(creven)/
huyse naest den voirs(creven) goeden gelegen dat den armen van ha(n)nut/
toe te behoe(re)n plach over derve des vors(creven) henricx voer ter strate(n)/
P(rese)nterende te thoenen dat hij en(de) sijn voerseten tselve gebruyc/
also van dair voe(r) en(de) ov(er) te keren en(de) te vare(n) ghehadt hadden/
over xxx jaer en(de) dage en(de) dair boven Vanden welken de vors(creven)/
henric la balastrir hielt de contrarie en(de) seyde dat hij totter/
guedingen van scepen(en) brieven van loven(en) die hij vanden vors(creven) goede(n)/
vercregen hadde de vors(creven) goede met hue(re)r toebehoerte(n) voe(r) gebrec/
van seke(re)n erfpachte uutgewonnen hadde metter banc recht en(de)/
dat hij en(de) sijn voerseten tvoirs(creven) erve vry sond(er) d(aer) [hier]af betaelt te/
sijne
hier af belast te sijne beseten hadden ov(er) xxx jaer/
en(de) daghe en(de) dair boven dat boet de vors(creven) henric te thoene(n)/
hoopen(de) waer hij die pointen gethoenen conste dat hij peyselic/
in sijnen scepen(en) brieven van desen goeden gehouden zal worden/
en(de) dat hem die aensprake gheene ontstade sculdich en is/
te doene en(de) al mocht de vors(creven) aenlegge(r) thoenen van/
e(n)nighen gebruyke voer hem dienen(de) dat meynde de voirs(creven)/
henric dat hem gheen ontstade doen en soude en(de) sund(er)linge/
dat hij niet thoenen en soude e(n)nich gebruyc gehadt te hebbe(n)
//
anders dan als arnt wilen van chasteal beyde dese erve(n) tsamen hielt/
diese doen gebruyken mochte alst hem diende Wert ten uut(er)sten/
gewijst bijden he(re)n scepen(en) van loven(en) ter manissen smeyers na/
aensprake v(er)antweerden en(de) thonisse van beyde der p(ar)tien datme(n)/
den voirs(creven) henricke vanden voirs(creven) goeden en(de) den gebruyke/
der selver houden soude in sijnen scepen(en) brieven also v(er)re/
alstnoch voer hen comen wae(r) p(rese)ntib(us) o(mn)ib(us) scabinis de(m)pt(o)/
lynte(re) maii ix
Contributorskristiaan magnus
Moderated bykristiaan magnus
Last update: 2016-04-08 by kristiaan magnus