SAL7348, Act: R°306.1 (525 of 662)
Search Act
previous | next
Act R°306.1  
Act
Date: 1455-04-18

Transcription

2020-10-02 by Jan Boncquet
Item op tgescille en(de) de twedracht die beyde voe(r) meye(r) en(de) scepen(en) en(de)/
oic voe(r) den raide vand(er) stat van loven(e) geweest is tusschen gielise/
vanden torre in deen zijde en(de) robbeerde trippart in dande(re) alse/
van eend(er) geloeften voe(r) scepen(en) van loven(e) bijden vors(creven) robbeerde gedaen/
die de vors(creven) gielis met rechte ov(er)hadde ind(er) welker de selve robbert/
geloeft hadde guedinghe van seke(re)n goeden ond(er) de baillerie van ha(n)nut/
gelegen te doene oft dair voe(r) te betalen vijftich guld(en) peters en(de) dat/
op eenen banduin van x guld(en) rijd(er)s voer welke geloefte de/
voirs(creven) gielijs hem hadde doen leyden totten goeden des voirs(creven) robbeerts/
des de voirs(creven) robbeert p(ar)tijen niet ov(er)drage(n) noch met malcande(re)n ov(er)come(n)/
en consten Soe es ten uut(er)sten bij burg(er)meest(ere)n scepen(en) en(de) raide vand(er)/
stad nai tussce(n)spreken van p(ar)tijen bij ov(er)geve(n) en(de) (con)sente d(er) selv(er) in des(er)/
zaken eyndelijc ov(er)drage(n) en(de) get(er)mineert des h(ier) nae volcht Yerst dat de/
voirs(creven) gielijs in afslage vand(er) voirs(creven) vijftich pet(er)s behouden sal dat stuc/
lants d(aer)inne hij bij jaq(ue)mijne de rovoingne gegoet es voir scepen(en) van/
loeven(e) bij eene(n) (con)tulit xix dage febr(uarii) lestleden en(de) slaen af den/
voirs(creven) robbeerde aende voirs(creven) so(m)me va(n) l pet(er)s voer elcke roede xxvi/
stuv(er)s en(de) voir tsurpl(us) oft hij dat den voirs(creven) gielijse in gereeden gelde/
niet betalen en can sal hij sa mogen goeden en(de) met rechte ov(er)geve(n)/
den voirs(creven) gielijse noch lande in t(er)ritorio va(n) ha(n)nut geleg(en) voir elc/
roede altoes corttende aen de voirs(creven) so(m)me xxvi stuv(er)s met geluften/
van genoech doen en(de) waerscap des voirs(creven) robbeerts Voort sal de/
selve robbeert den voirs(creven) gielijse betale(n) bynne(n) eenre maent/
naestcomen(de) x guld(en) te x stuv(er)s tstuck Ende oft de selve giel(ijs)/
in desen e(n)nich gebreck hadde oft dat hem en(de) zijne(n) brieve(n) de/
voirs(creven) robbeert e(n)nige goede ontvreemde(n) woude sal hij hem/
metten voirs(creven) zijne(n) brieve(n) mogen behulpe(n) om h(ier) toe te comen/
En(de) hier op sal de voirs(creven) giel(ijs) den voirs(creven) robbeerde doen wed(er)hebbe(n)/
ii p(er)de die hij hem onlanx afgepant heeft oft doen afpanden/
En(de) de voirs(creven) robbeert sal dragen den last vand(en) voirs(creven) banduyne/
alsoe v(er)re hij van rechte d(aer) in es gehouden sond(er) van dien opde(n)/
voirs(creven) gielijse e(n)nige aensprake te behouden(e) uutgesproken bij/
jaspar absoloens en(de) vrancken van dieve(n) burg(er)meest(ere)n en(de) meer/
ande(re)n vanden raide ap(ri)lis xviii
Contributorskristiaan magnus
Moderated bykristiaan magnus
Last update: 2016-11-08 by Xavier Delacourt