SAL7348, Act: R°76.1 (133 of 662)
Search Act
previous | next
Act R°76.1  
Act
Date: 1454-08-31

Transcription

2018-07-22 by Jan Boncquet
Item her wouter van nethen(en) geheten vanden royele ridde(r) sone jans/
vanden nethen(en) geheten vanden royele in p(rese)ncia heeft oppenbaerlijc/
quijtgeschouwen voe(r) hem sijnen erve(n) en(de) nacomelingen otten van/
cuyc sijnen swager zijnen erven en(de) nacomelingen van dien dat de/
selve otte bij crachte van scepen(en) brieven van loven(en) gehouden was/
te dragen te sijnen laste de helicht van alsulken xxxiiii ryns guld(en)/
erflic alse jan wilen van oppendorp te hebben plach en(de) nu derf/
genamen jacops wilen uuten lyemi(n)gen hebben op zeke(re) goede des/
vors(creven) her wouters geheten ten ryele gelegen te nethen(en) ende/
dair omtrent Bekynnen(de) de selve her wout(er) dat hij de vors(creven)/
rente uut en(de) van zijnen goeden erflic also wale des gevallen/
is en(de) vortaen vallen zal tot dat hij die afgequijt sal hebben/
dragen sal also dat die goede des vors(creven) ottens beyde die hem/
toecomen zijn oft zullen van janne van nethen(en) geheten vanden/
royele en(de) oic van janne wilen van nethen(en) den jongen vander/
selver renten ombelast sullen bliven Geloven(de) de selve her wout(er)/
den vors(creven) otten te sijnd(er) manissen zijn goede dair af tontslane/
also dat hem en(de) sijnen erfgename(n) vast en(de) seker sal mogen zijn/
velde m(er)cels aug(usti) ult(ima)
Contributors
Moderated bykristiaan magnus
Last update: 2016-10-19 by Xavier Delacourt