SAL7348, Act: V°226.1-R°227.1 (399 of 662)
Search Act
previous | next
Act V°226.1-R°227.1  
Act
Date: 1455-01-30

Transcription

2020-03-11 by Jan Boncquet
Alsoe als over eene wile geleden zeke(re) questien en(de) gescillen comen/
sijn en(de) gehangen hebben voer den raide vand(er) stat tusschen derf/
genamen henricx wilen van holseten en(de) jouffr(ouwe) lijsbetten wilen/
van e(re)nboudeghe(m) sijns wijfs in deen zijde henricke en(de) lambrechte/
vanden velde die met scepen(en) brieve(n) van loven(e) geleit zijn totte(n)/
goeden have en(de) erve der selver wilen gehuyssche met hen toege/
voeght de testamenteurde(re)n der selver wilen gehuyssche in dande(re)/
om der goeden wille achter de selve gehuysche(n) gebleven die/
de vors(creven) erfgenamen meynden naden lantrechte en(de) oic uut crachte/
vanden vors(creven) testame(n)te hen toetebehoe(re)n en(de) taenveerden Vanden/
welcken de vors(creven) geleidde en(de) testamentuerde(re)n hielden de (con)trarie/
en(de) meynden dat zij [die] beyde uut saken vand(en) vors(creven) beleide ende/
testamente souden bliven houden(de) tot d(er)re tijt dat zij volcome(n)tlic/
en(de) altemale souden zijn gelooft van al tghene dair voe(r) zij uut/
ocsuyne van desen te laste stonden en(de) dair zij hem hadden gestelt/
te voldoene de lasten vanden testamente en(de) oic te betalen de/
wettige schouden d(er) vors(creven) gehuyssche en(de) oic tot d(er)re tijt dat de vors(creven)/
geleide vorts souden hebben volbracht alle tghene des sij sculdich/
ware(n) te besorgen en(de) doen mochte(n) na begrijp eend(er) cedullen bijden/
vors(creven) beleide onder ons [de stat] liggen(de) te weten dat zij de ghene die int/
selve testament wae(re)n versien na begrijp des selfs testaments/
uut den vors(creven) beleide van hue(re)r makingen souden hebben gegoedt/
Dair op de vors(creven) erfgenamen alligeerden en(de) seyden dat zij niet en/
meynden dat de vors(creven) geleide oft testamenteurders bijden inhouden/
vanden testamente vors(creven) gheene macht en hadde(n) gehadt e(n)nige vorde(r)/
lasten op dese goede aentenemen dan tselve testament merckelijc exp(re)sseerde/
Oic hadde(n) de vors(creven) gehuyssche also zij seyden veele haeflike goede/
achter gelaten dair af oft mede men hue(r) wettige sculde sculdich was/
te betalen sonder hue(r) erve dair toe zij geboren wae(re)n dair om te/
besware(n) Seyden oic dat zij meynden al waest dat inden vors(creven)/
testamente raes ts(er)arts v(er)sien was van x mudden corens erfs pachts/
dat hij nochtan va(n)dien metten vors(creven) beleide niet gevesticht en/
soude wordden want zij hielden dat hij die na begrip vanden/
testamente hadde v(er)bo[e]rdt overmits dat hij in (con)trarien vanden selve(n)/
testamente de leengoede vanden vors(creven) wilen gehuysschen hadde/
aenveerdt en(de) hem die pijndde den vors(creven) erfgenamen tontrecken/
met meer worden ende reden(en) vanden vorscreve(n)/
p(ar)tien beyde met monde ende [in] gescrifte hier/
/ toe gecleert Soe eest dat de raed vand(er) stad die mits lastich(eit)/
deser zaken d(aer) op gheen yndelike uutsprake gedoen en conste/
sond(er) met goeden tide naerd(er) infor(ma)cie te nemen en(de) die nochta(n)/
bevant dat de voirs(creven) goede mits d(er) voirs(creven) questien bleve(n) liggen(de)/
also datse voer de chijse en(de) co(m)me(r) d(aer) uut gaende tusscen beide/
hadden mogen wordden uutgewo(n)nen oft tot scaden gebracht/
ov(er)dragen ende get(er)mineert heeft hier op te desen en(de) yersten/
male voir reden(en) en(de) recht dat de wy(n)nen en(de) pechtene(re)n d(er) voirscr(even)/
goede in afcortinge(n) van des zij sculd(ich) zijn vand(en) selve(n) betale(n) sele(n) moge(n)/
de grontchijse en(de) co(m)me(r) va(n) bij tiden d(er) voirs(creven) wijle(n) gehuyssce(n) uuten/
voirs(creven) goede(n) gaende En(de) voert dat tsurplus dat de voirs(creven) goede beter/
zijn ind(er) stad wissel sal wordden gebracht ende d(aer) bliven geseq(ue)streert/
tott(er) tijt dat de raid vander stad hier op naerde(r) hue(r) uutsprake/
sal hebben gedaen hier inne versien dat tselve sequester staen/
sal sonder prejudijs van eene(n)yegeliken die d(aer) op oft aen rente(n)/
heeft oft interest al waert dat die meer dan van eene(n) volle(n)/
jae(r) verliepen eer de yndelike uutsprake van desen ware/
gedaen ov(er)drage(n) p(rese)ntib(us) abs(oloens) dyeven burg(imagistris) et plu(r)ibus aliis/
ta(m) scabinis q(uam) (con)siliariis ja(nuarii) penult(ima)
Contributorskristiaan magnus
Moderated bykristiaan magnus
Last update: 2016-10-25 by Xavier Delacourt