SAL7348, Act: V°260.5-R°261.1 (456 of 662)
Search Act
previous | next
Act V°260.5-R°261.1  
Act
Date: 1455-03-01

Transcription

2020-05-01 by Jan Boncquet
Item vander aenspraken die amelrijc pynnoc gedaen heeft tot/
henricke vanden borchoven alse van x(½) saluyt die de vors(creven) amelric/
seyde dat de vors(creven) henric van hem meer gehaven soude hebben/
dan hij sculdich was en(de) dat uut ocsuyne van xxi guld(en) saluyten/
jaerliker lijfpensien die de vors(creven) amelric met meer ande(re) den/
vors(creven) henr(icke) op zijnd(er) kynde(re) live met scep(enen) br(ieven) va(n) lov(en) sculdich was/
dwelc hij boet tonderwisen met des wissele(re)n boec dair de vors(creven)/
pe(n)ninge wae(re)n gegeve(n) en(de) betaelt Oic boet hij dat den vors(creven) henr(icke)/
tsijnder eedt te gheven oft selve te houden hopen(de) oft men bij ond(er)/
scheide van desen bevonde dat de vors(creven) henr(ic) meer dan tsijne/
gehave(n) hadde dat hij hem dat sculdich wae(r) te restitue(re)n Op/
dwelc de vors(creven) henric eer hij hem v(er)antweerde meynde dat hij/
de vors(creven) amelrijc deen van tween kyesen soude hem des getroesten(de)/
totten rechte dair na p(ar)tijscap van p(ar)tien gewijst was met/
vo(n)nisse dat de vors(creven) amelric deen nemen soude en(de) na dat/
de selve amelric achtervolgen(de) den selven vo(n)nisse genome(n) hadde/
swissele(re)n boec afgaende des eedts die hij den vors(creven) henr(icke) hadde/
ov(er)gegeve(n) antwerde hem de vors(creven) henric en(de) seyde dat hij niet/
/ meer dan tsijne vanden vors(creven) amelricke en hadde gehaven en(de) datmen oic/
dat ny(m)mermeer en soude bevinden maer p(rese)nteerde inden uutersten/
dat de vors(creven) amelric voe(r) oogen brachte den scepen(en) brief vand(en)/
vors(creven) xxi saluyten en(de) datmen dair tegen vijsenteerde des wissele(re)n/
boec ende evenverre men met onderscheide dair bevonde dat/
de vors(creven) henric vanden vors(creven) amelricke te veele gehave(n) hadde/
hij woude hem restitue(re)n op dat hem amelric ter ande(r) zijden vort/
opleyde des men bevonde dat hij myn dan tsijne hadde gehaven en(de)/
hem van gracien verdragen hopen(de) met dien te gestane Was/
gewijst met desen worden na aensp(ra)ke en(de) v(er)antweerden van beyde den/
p(ar)tien dat de vors(creven) henric ongehouden sijn soude van alsulker aen/
spraken als de vors(creven) amelric op hem gedaen hadde opde p(rese)ntacie des/
vors(creven) henricx die hij gedaen hadde welcke p(rese)ntacie de vors(creven) amelric/
aennam en(de) bleef also de sake rusten(de) totten naesten dage van rechte/
als op heden dair de vors(creven) amelric voe(r) dopstaen vanden meye(r) en(de)/
scepen(en) niet en quam Also dat ten uutersten de he(re)n scepen(en) van/
loven(e) ter manissen smeyers wijsden voe(r) een vo(n)nisse ten ernstigen/
v(er)sueke des selfs henricx dat de selve henric der aensp(ra)ken ongehoud(en)/
sijn soude p(rese)ntib(us) o(mn)ib(us) scab(inis) dempto kers(makere) m(ar)tii p(ri)ma
Contributorskristiaan magnus
Moderated bykristiaan magnus
Last update: 2016-10-25 by Xavier Delacourt