SAL7352, Act: R°229.3-V°229.1 (481 of 660)
Search Act
previous | next
Act R°229.3-V°229.1  
Act

Transcription

2019-09-01 by kristiaan magnus
It(em) na dien dat jannes de smet bij procuracien des eerweerdige(n) he(re)n abt/
en(de) co(n)vent des godshuys van vlied(er)beke van desselfs godsh(uys) wegen hadde doen/
co(m)me(re)n inder stat va(n) loven(en) lodewijcke van ottenborch wynne des selfs godsh(uys) va(n)de(n)/
hove ter mo(n)nynct te beetse gelegen voir alrehande gebrec dat tvoirs(creven) godshuys/
aenden vors(creven) wynne seide te hebben uut crachte vand(er) pechtingen vanden selven/
hove gevesticht met scepen(en) brieve(n) va(n) loven(en) en(de) zunderlinge om te hebben betalinge/
oft bewijsenisse vanden jae(re) xiiii[c] lvii Van welcken jae(re) de selve wy(n)ne seyde en(de) meynde/
voldaen te hebben bij dueghdeliker geslootend(er) rekeni(n)gen [tusschen] bijde(n) vors(creven) abt en(de) (con)vent [hem] omtrent/
oeghst lestleden tot bleesbeke gesciet Dwelc de vors(creven) abt eensdeels ontkende/
soe es de vors(creven) wynne van dien tot zijnen thoenisse gewijst aldair hij met/
tween goeden ma(n)nen gethoent heeft en(de) bewezen des vander vors(creven) rekeni(n)gen/
geschiede begripende ind(er) substancie(n) dat de vors(creven) abt te vreden was van seke(re)n/
punten van betalingen des vors(creven) wynne op djaer van lvii gesciet gedraghende/
tsamen tweehond(er)t tweendertich ryns gul(den) vi stuv(er)s En(de) vort dat de vors(creven) abt/
vanden punte(n) en(de) ar(ticu)[len] na v(er)claert oic (con)tent en(de) te vreden was en(de) die liet/
passe(re)n in geslootend(er) rekeni(n)gen behoudelic dat hem dairaf alsulken quitancie/
en(de) ontlastinge geboere vanden ghenen die de vors(creven) pe(n)ninge hadde getoghen/
dat tvors(creven) godshuys dair om niet meer gelast en worde Te weten yerst van/
denijse laukens van xl ryns gulden(en) Item van henricke pet(er)s warantmeest(er)/
van xiii ryns guld(en) en(de) x(½) st(uvers) Item vanden weghen oft ruymen vand(er) gheeten/
vander graeft vander middelster grecht en(de) zijgrechten teghen m(ijn) he(re)n sabs/
beempde en(de) vanden twee sluysen en(de) ghooten opde gheete en(de) opde beke staen(de)/
na inhouden(e) den mandemente van ons gened(ichs) he(re)n wegen dat de vors(creven) abt van/
vliederbeke dabt van percke mijn vruwe van oudregheem en(de) jonch(e)r adam/
van kerckem vercregen hadden van hondert en(de) viii r(yns) gul(den) Item van
//
henricke borneman van diest van xvii r(yns) gul(den) en(de) vi stuv(er)s Item van janne/
thijs van viii r(yns) guld(en) i(½) st(uver) Item van eenen stalle in sabts hof te beetse/
gemaect sijnde van iii r(yns) guld(en) vi(½) st(uvers) een pl(a)c en(de) aenden smet van xvii st(uvers)/
Item tot twee stonden wijn gehaelt dat de vors(creven) abt in sijn hof te beetse/
geweest is om xvii(½) st(uvers) Item van he(re)n clause va(n) s(int) goricx ridde(re) va(n) xii(½) st(uvers)/
Te weten van xii(½) rijd(er)s dair lod(ewijc) vors(creven) elcken rijd(er) rekent te xxvi st(uvers) en(de)/
mijn hee(re) seeght dat hij voirden rijd(er) niet meer af en sloech dan xxv st(uvers)/
Item van des de vors(creven) lodewijc tabbart laken van twee jae(re)n elc jair v ellen/
(½) ryns guld(en) Soe es ten uutersten getermijneert dat de vorscr(even)/
wynne gestaen sal metter bewisenissen der [vors(creven)] so(m)men voir ii[c] xxxii r(yns)/
guld(en) en(de) vi st(uvers) alse opt jair lvii ende tot dien dat dande(re) pointe(n)/
oic sullen passeren behoudelic dat dair aff de selve gehouden/
sal zijn claernisse te doen ende quitancie den vors(creven) abt over/
te leve(re)n Dair mede dat tselve godshuys gestaen moeghe om/
de betalinge te bewisen evenverre de p(ar)tien tvors(creven) godsh(uys) dair/
om namaels soud(en) willen pramen Act(um) in pleno consilio aprilio/
vi
ContributorsJos Jonckheer
Moderated byGreet Stevens
Last update: 2012-09-14 by Sabrina Keyaerts