SAL7357, Act: R°51.1-V°51.1 (107 of 517)
Search Act
previous | next
Act R°51.1-V°51.1  
Act
Date: 1463-09-01

Transcription

2019-11-29 by kristiaan magnus
Het zijn comen te rechte inde banc voir meye(r) en(de) scepen(en)/
van loven(en) jan mychiels ty(m)merman ter eender zijden ende/
jouffruwe marie gielis weduwe bertelmeeus wilen hont/
die nu wijf is jacops vanden poele met janne de hont hue(re)n/
sone ter ande(re) aldair de vors(creven) jan dede segghen dat hij and(er)/
wile ten erfpachte teghen den vors(creven) p(er)sonen genome(n) hadde/
de molen metter toebehoerten geheten eveloecx molen/
gelegen opde werft buyten der porten gaende ten beghijn/
hove weert jairlix om xxix mudden corens d(er) maten va(n)/
loven(en) erflic ter quitingen dmudde met xviii rijd(er)s sond(er)/
meer co(m)mers vanden selven goeden te gheven Seide vort/
dat vorweerde was wart datmen meer uuten vors(creven) goeden/
bevonde gaende dan de vors(creven) xxix mudden corens/
datmen hem dat aen dien erfpacht sculdich soude zijn/
af te cortten na uutwisen van eenen chyrograve dat/
vand(er) coopmantscap d(er) vors(creven) molen tusschen hen gemaect/
was dat hij begheerde aengehoert te hebben dwelc zij/
in wedersijde gelooft hadden tachtervolgen en(de) d(aer) af dat/
jan de clerc die tselve gemaect en(de) gescreven hadde/
elcker p(ar)tien een gelijc gegeve(n) hadde Seide vort dat/
hij bevant dat de vors(creven) molen belast was boven de vors(creven)/
xxix mudden corens met xv stuvers erflic die hij hoopte/
datmen hem afdoen zoude en(de) sculdich wae(re) af te doen/
aengesien dat tchyrograf niet hogher noch meer en begrijpt/
dan de vors(creven) xxix mudden en(de) dat zij sculdich wae(re)n te v(er)vange(n)/
elenen hue(re)r dochter om behoirlike vesticheit den vorscr(even)/
janne vand(er) vors(creven) molen te doen En(de) datmen hem insgelix/
sculdich wae(re) te doen volgen alsulken molensteen als m(er)ten/
de bubbele(re) vand(er) molen hadde gedaen dair voir hij betaelt/
hadde aenden vors(creven) janne de hont ix rijd(er)s en(de) alle/
brieve(n) en(de) munimenten en(de) oic behoeften die zij vander/
vors(creven) molen hadd(en) oft wiste en(de) al na uutwisen vanden/
voirs(creven) chyrograve en(de) levend(er) wairheit dair hijs he(n) toegedraeght/
hopen(de) dat hem des vors(creven) is worden zoude wair hij sijns
//
vermets volquame Op dwelc de vors(creven) weduwe ende hue(r)/
sone deden segghen ontkynnende tvoirs(creven) chyrograf ontfange(n)/
te hebben inde maten de vors(creven) jan mychiels bijleit dat/
de vors(creven) jan de vorg(eruerde) molen genomen hadde om xxix(½)/
mudden corens erflic dair af dat thalf mudde vors(creven)/
hem te betalen come(n) soude in afcorttingen vanden molen/
steene vors(creven) en(de) opde vors(creven) xv st(uvers) erflic out chijs en(de) dat/
hij betalen zoude ix rijd(er)s eens voir den selven/
steen Seiden vort dat zij ind(er) coepmantscap ond(er)/
spraken dat zij vand(er) vors(creven) molen te wynne noch/
te verliese staen en wouden p(rese)nte(re)nde boven desen de/
vors(creven) weduwe hue(re)n eedt dat zij gheene brieve noch/
gescrifte d(er) vors(creven) molen aengaen(de) en hadde noch en wiste/
en(de) alle pointen in feyte gelegen p(rese)nteerden zij te thoene(n)/
en(de) metten mynsten hopen(de) wair zijt gethoenen consten [en(de) den eet volquam(en)] dat/
zij vand(er) vors(creven) aensp(ra)ken ongehouden zijn Wair op de he(re)n/
scepen(en) van loven(en) ter manissen smeyers wesen voir een/
vo(n)nisse na aensprake verantweerden en(de) thoenesse van/
beide den vors(creven) p(ar)tien dat de vors(creven) jan mychiels gehouden/
sal zijn de vors(creven) xv st(uvers) erflijc te dragen en(de) dat de/
vors(creven) zijn weder p(ar)tie hem sal doen restitue(re)n en(de) leve(re)n den/
vors(creven) molen steen dair om questie is oft hem weder/
om restitue(re)n de vors(creven) ix rijd(er)s die de vors(creven) jan de/
hont vand(en) vors(creven) janne mychiels gehave(n) hadde en(de)/
vort gehouden zijn te bringhen thue(re)r eedt alle brieve/
gescriften en(de) ander bescheit d(er) vors(creven) molen aengaende/
die zij ten tijde vand(er) coepmantscap hadde oft wiste/
oft noch heeft onder de wet tot behoef des vors(creven)/
jans en(de) totten rechte p(rese)ntib(us) omnibus scabinis in scampno/
dempto abs(oloens) sept(embris) p(ri)ma
ContributorsChris Picard
Moderated bykristiaan magnus
Last update: 2016-11-19 by kristiaan magnus