SAL7360, Act: R°192.1 (420 of 661)
Search Act
previous | next
Act R°192.1  
Act
Date: 1467-01-30

Transcription

2019-02-08 by myriam bols
Op de questie die voe(r) den raide vander stadt geport is tusschen lodewijcke/
mercx voirspreke aenlegghe(r) in deen sijde ende gielijs roesele(re) clerck des/
rentmeesters van loeven(en) verwerde(r) in dande(re) om der come(n)scap wille/
van eenen huyse ende hove geleg(en) inden wierinck achter jans huys/
vander hoeven dwelck de lode voirscr(even) lodewijck bekinde den voirs(creven)/
gielijs v(er)cocht te hebben(e) op twee cap(uyne) xv stuv(er)s erflijck ende noch/
op twee rijders erflijck oft d(air)omtrent die tgodshuys vande(n) p(re)deke(re)n/
dair op heeft voe(r) xxxi pet(er)s die de voirs(creven) gielijs den voirs(creven) lod(ewijcke)/
geloift hadde te gheve(n) voe(r) sijne bate d(air) tusschen hen bezundert stoot/
was om dat de voirs(creven) lodewijck sijn ghelt ter stont beg(er)de te hebben/
ende guedinghe te doe(n) Ende de voirs(creven) gielijs meynde dat hij verst/
ende respijt hadde tghelt te geve(n) ende de guedinghe tontfaen tot/
sint jansmesse naistcomen(de) Dair af de voirs(creven) lodewijck helt de (con)trar(ie)/
ter ander zijden meynde de voirscr(even) gielijs dat hem de voirs(creven) lodewijc/
hadde toegeseecht dat hij den voirs(creven) tsijs vanden p(re)deke(re)n souden/
moige(n) quijten dwelc hem die voirs(creven) lodewijck ontkinde Wert/
ghet(er)mineert bijden rade vander stadt aengehoirt de getuyge(n) die over/
de come(n)scap hadden geweest dat de voirs(creven) gielijs zijn guedinghe/
ontfaen ende de betalinghe der voirscr(even) xxxi pet(er)s sal moige(n) doe(n)/
tusschen dit ende tsintjansmesse naistcomen(de) Voirt was get(er)mineert dat/
de voirs(creven) lodewijck niet gehoude(n) zijn en soude in tgheen des van/
quitinge(n) den tsijs d(er) voirs(creven) p(re)dike(re)n aenginck Act(um) in pleno co(n)silio/
januar(ii) penultima
ContributorsMi-Je Van Gils
Moderated byMi-Je Van Gils
Last update: 2016-06-15 by Xavier Delacourt