SAL7360, Act: R°195.1-R°196.1 (432 of 667)
Search Act
previous | next
Act R°195.1-R°196.1  
Act
Date: 1467-03-03

Transcription

2019-03-20 by myriam bols
Het zijn comen in rechte inde banc voir meye(r) en(de) scepen(en) van loeven(en)/
jan nouwens scrijnmake(r) ende joes eveloeghe als geleidt tot den goeden/
jans wijlen goedertoys voir tgebrec van twee rijders lijfpen(sien) in deen zijde/
en(de) jan goed(er)toys sone des selfs wilen jans goed(er)toys in dande(re) ald(air) de vors(creven)/
geleidde inde(n) rechte deden lesen hue(r) vors(creven) beleid bege(re)nde d(air) inne ende/
inde goede die zij hen navolgen(de) dien met rechte hadden doen leve(re)n d(air)/
af zij de p(er)ceelen tande(re)n tiden in gescrifte overgegeven(de) hadde(n) gehouden te/
zijne Want zij deden opdoen en(de) seggen dat de vors(creven) joes en(de) willem/
busscops als borghen des vors(creven) wilen jans goed(er)toys met strangheiden/
van rechte hadde(n) mote(n) betalen [en afdoen] aen machiele absoloens sone wile(n) machiels/
die vors(creven) ii rijders lijftochte(n) en(de) d(aer)enbove(n) tverloep wel xviii rijders eens/
van v(er)loepe d(er) selver hoe wel de voirs(creven) jan wilen goed(er)toeys vader des/
voirs(creven) jans des soens de vors(creven) sijn borghen [dair af] geloift hadde quijt te houde(n)/
en(de) scadeloes te ontheffen(e) Dair op de voirs(creven) jan goed(er)toys de sone dede/
seggen dat hij hoopte dat hem en(de) zijnen goeden de tvors(creven) beleid noch de/
leve(ri)nghe gheen ontstade doen en souden maer begheerde voir al dat/
men voirt brachte de vors(creven) cedulle oft gescriften vand(en) goeden anderwile(n)/
bij den selve(n) geleidde(n) gheexhibeert Ende dede voirt opdoen dat de vors(creven)/
jan wilen sijn vader de voirs(creven) goede dair questie om was besat inden/
leven(de) live g(er)truyden tyelmans zijnder moeder wettighe werdy(n)ne des/
selfs wilen jans goedertoys zijns vaders en(de) dat de gehuyssce(n) de selve/
goede in huer(er) beyder leven(de) live hielden als huer(er) beyder erve en(de)/
dat de selve g(er)truyt zijn moeder ten tide vanden bekinne der brieven/
daer voe(r) de vors(creven) geleidde volghen aflivich was en(de) dat de vors(creven) jan sijn/
vader inde vors(creven) goede sitten(de) bleef als een tochte(r) It(em) dat naderhant/
zijn vader getrouwt hadde een jo vrouwe(n)p(er)soen geheete(n) magriete van/
blijdenberghe die na zijn doot bleef sitten(de) inde have acht(er) den selve(n) zijne(n)/
vad(er) gebleve(n) en(de) die die alnoch besit ende alle dese pointe(n) soe v(er)re zij/
in feyte gelegen zijn en(de) bijden voirg(enoemde) geleidden ontkint wordde(n) boot de/
vors(creven) jan goed(er)toys te thoene(n) hopen(de) wair hij dat gedoen conste dat/
zij met de vors(creven) geleidde met hue(re)n vors(creven) beleide op hem en(de) zijn goede/
vors(creven) verdoolt wae(re)n getroestende hem des totten rechte Op dwelck/
de vors(creven) geleidde replice(re)nde deden seggen dat and(er)wijlen te wete(n) a(nn)[o]/
liiii junii p(rim)[a] de vors(creven) jan wilen goed(er)toys de vader en(de) jan zijn sone/
v(er)cochte(n) vercochte(n) [en(de) bekinden] i(½) mudde cor(ens) lijftochte(n) ten live machiels wilen/
absoloens en(de) d(air)enbove(n) hadden zij den selve(n) wijlen machiele geloift de/
so(m)me van xvi(½) mudde cor(ens) en(de) eend(er) crone(n) eens tot zeke(re)n t(er)mijne(n) te betale(n)
//
en(de) al voir scepen(en) van loven(en) en(de) met scepen(en) brieve(n) van loven(en) en(de) dat/
dese gelufte vand(en) xvi(½) mudden core(n)s en(de) eenre c(ro)ne(n) inder scepen(en) reg(iste)r/
van loven(en) alnoch open en(de) ongecancelleert stont ende dat de vors(creven)/
jan wilen goed(er)toys de vader desen navolgen(de) gebede(n) hadde machiele(n)/
absoloe(n)s sone des vors(creven) wile(n) machiels dat hij de vors(creven) xvi(½) mudde(n)/
cor(ens) en(de) i crone ter lijfpen(sien) hadde wille(n) stelle(n) en(de) dat tselve coren/
gerekent zij(n)de en(de) ter so(m)men geslagen liep xx rijd(ers) eens en(de) dat tvors(creven)/
en(de) dat [van] dese(n) xx rijd(ers) gecome(n) vand(en) vors(creven) xvi(½) mudde(n) cor(ens) en(de) i crone(n) dair/
voe(r) de vors(creven) jan goed(er)toys de sone mede verobligeert stont staet gemaict/
wae(re)n de vors(creven) twee rijd(ers) lijfpen(sien) d(air) voe(r) de vors(creven) geleidde geleit wae(re)n/
ende dat dese twee rijders lijfpen(sien) dair uut hue(r) beleit gespruyt es oirspro(n)c/
name(n) en(de) sp gespruyt wae(re)n p(ri)ncipalijc uute(n) vors(creven) brieve der xvi(½) mudde/
cor(ens) en(de) eend(er) crone(n) d(air) voe(r) de vors(creven) goed(er)toys mede v(er)oblig(eer)t staet deden/
vort seggen dat de vors(creven) jan wettich sone was des voirs(creven) wile(n) jans/
goedertoys en(de) dat de vors(creven) jan de vader getro Ende alle dese pointe(n)/
en(de) meer ande(re) luttel inden rechte dienen(de) op datse hen bijde(n) vors(creven) ja(n)ne/
goed(er)toys ontkint wordden boden de selve geleidde te thoene(n) hoepen(de)/
waer zij die gethoene(n) conste(n) dat zij in hue(re)n voirs(creven) beleide en(de) leve(ri)ng(en)/
blive(n) souden en(de) dat zij aende vors(creven) goede hue(r) voirs(creven) gebrec met coste en(de)/
come(r) soude(n) moige(n) neme(n) en(de) verhalen Op dwelc de selve goedertoys/
duplice(re)nde dede seggen dat de voirs(creven) gelufte vand(en) xvi(½) mudde(n) cor(ens)/
en(de) eenre crone(n) in zijne(n) wech niet en stont gemerct dat de voirs(creven)/
geleidde selve kinden dat de voirs(creven) zijn vader die xvi(½) mudde(n) en(de)/
i c(ro)ne met den vors(creven) ii rijd(ers) [lijfpen(sien)] die dair voir naemals gemaict wordd(en)/
en(de) dair voe(r) zij geleit wae(re)n gecuelt en(de) afgedaen hadde dair bij/
dat het claerlijc blijcte dat de selve zijn vader hem dair mede alsoe/
hij oic geloift hade te doene geheelijc vand(er) selv(er) geluften van xvi(½)/
mudde(n) en(de) i crone(n) onthaven hadde met meer woirde(n) bij hem/
gealligeert Alsoe dat ten uutersten nae aensprake verantweerd(en)/
en(de) thoenisse van beyden p(ar)tien dair toe zij met scepen(en) vo(n)nisse in wed(er)zijde/
gewijst wae(re)n de scepen(en) van loven(en) ter maniss(en) smeyers gewijst/
hebben voer een vo(n)nisse dat de vors(creven) joes en(de) jan nouwens met hue(re)n/
vors(creven) beleide opde voirs(creven) goede dair questie om was verdoolt wae(re)n
//
Uut dien dat enighe quaetwillighe gheerts vand(en) veken(en) uutgegev(en)/
hadden dat die voirs(creven) gheert raet ende daet gegev(en) hadde en(de) te spreken/
wiste vanden dootslaghe die gesciet was inden p(er)soen janne bastaerts/
van bossuyt soe es op heden comen de voirs(creven) gheert voir scepen(en)/
van loeven(en) hier na bescr(even) ende heeft openbairlijc met gestaefden/
eede lijfelijc ten heyligen gesworen en(de) op sijne(n) eet genomen dat/
hij noyt raet daet noch (con)sent gegev(en) en hadde noch te spreken(e)/
en wiste vand(er) doot oft aflivich(eit) des vors(creven) jans des bastarden/
die van live ter doot bracht was van [jorijse] reynuwart [en(de)] ja(m)mote en(de) le paige/
cor(am) laureys forestar(io) naus(nydere) hoeve(n) van marcii iii/
ContributorsMi-Je Van Gils
Moderated byMi-Je Van Gils
Last update: 2016-06-15 by Xavier Delacourt