SAL7360, Act: R°197.1-V°197.1 (433 of 662)
Search Act
previous | next
Act R°197.1-V°197.1  
Act
Date: 1467-03-04

Transcription

2019-03-14 by myriam bols
Cont zij allen lieden dat jan marcelis de jonge sone jans/
marcelis ter eender zijden jacop en(de) jan van meerlenberch/
gebruede(re)n en(de) henric maes als man en(de) momboir gertruyd(en)/
merlenberch sijns wijfs suster der vors(creven) gebruede(re)n meerlenberchs/
inden name van hen en(de) van katlijnen marcelis moeder/
der vors(creven) p(er)sone(n) meerlenberchs ghisbrechte katlijnen yden en(de)/
johannen meerlenberch brueder en(de) zuste(re)n des vors(creven) jacops/
jans en(de) gertruden m(eer)lenberchx jacope de molde(re) lijsbetten/
meerlenberch zijnen wijve zuster der vors(creven) p(er)sone m(eer)lenberch/
gheerde teerlincx en(de) alijten meerlenberch zijne(n) wijve/
oic zuster d(er) selver p(er)sone meerlenberch alle absent sijnde/
die de vors(creven) jacop meerlenberch en(de) henric maes tot des/
na bescreven staet ter manessen des vors(creven) jans m(ar)celis/
gelooft hebben te vervangen ter ande(re) Sijn mynlijc/
overcomen en(de) eensworden bij middel van hue(re)n magen en(de)/
vrienden in wedersijde dair toegenomen vanden vieren/
deele en(de) rechte van allen den goeden chijsen [en(de)] erfpachten die/
den vors(creven) p(er)sonen meerlenberchx toecomen bleven ende/
verstorven zijn na en(de) vander doot zegers [wilen] van doirne en(de)/
roelants wilen van doirne [sijns soens] zoe wair die in brabant inden/
lande van luydicke en(de) elder gelegen zijn in woeningen huysen/
hoven wynnende landen beempden eeuselen bosschen wate(re)n/
vivers wijngarden chijsen renten en(de) erfpachten en(de) allen/
ande(re)n hue(re)n toebehoirten het zijn leene eyghen oft/
chijslike goede met wat namen die genoempt mogen/
wezen der pointen ende condicien hier na verclaert die/
de vors(creven) p(ar)tien in wedersijde geloft hebben en(de) mits desen/
geloven voir hen hue(re)n erven en(de) nacomelingen tot/
eeuwegen dagen tonderhouden en(de) tachtervolghen/
zonder dair tegen te comen [te doen oft doen doen] in eniger manie(re)n Ende/
inden yersten eest vorweerde dat de vors(creven) jan [marcelis] van nu vortaen/
tot eeuwegen dagen sal bliven behouden(e) tvoirs(creven) vierdel ende/
recht van alle den goeden voirs(creven) toebehoe(re)nde den vors(creven) kynde(re)/
p(er)sonen meerlenberchx en(de) hue(re)r moeder zonder dat zij/
dair inne e(n)nich recht oft actie behouden [sullen] in welck
//
vierdel en(de) recht de vors(creven) p(er)sone met hue(re)r moed(er) vors(creven) den vors(creven)/
janne marcelis tzijnder manessen en(de) coste gehouden/
zullen zijn behoirlike guedinghe vesticheit [en(de) waerscap] te doen/
in alle hoven en(de) voir allen richte(re)n dair dat sal moghen behoeve(n)/
Insgelix sullen alle de vors(creven) p(er)sone den vors(creven) janne m(ar)celis vand(en)/
selven vierendeele en(de) rechte d(er) goede vors(creven) oic tzijne(n) cost en(de)/
manesse voir scepen(en) van loven(en) behoirlike wairscap ende/
genoech doen geloven Sullen aldair Hebben de selve vort geloven den selve(n)/
janne [m(ar)celis] als voir wart dat hem e(n)nige der vors(creven) goede met/
rechte onttogen worden oft afgingen en(de) de vors(creven) jan zijn/
acquit d(air) toe [tot]ten uutersten dade dat de vors(creven) p(er)sone hem d(air)/
af voir hue(r) vierdel inne staen zullen en(de) hem dair af/
richtinge na gelande doen Vort is vorweerde dat de vors(creven)/
jan marcelis tghedeelte der vors(creven) p(er)sone meerlenberch hen/
gevallen [vander bladingen gevallen] tot desen daghe toe vanden vors(creven) goeden te hemwert/
behouden sal sond(er) hen dair voir yet te gheven oft e(n)nighe/
rekeninge te doen Ende ter ande(r) zijden eest vorweerde/
dat de vors(creven) jan marcelis den vors(creven) p(er)sonen meerlenberchx tot/
hue(re)r manessen voir hue(r) vors(creven) vierendeel en(de) rechte der goede(n)/
voirs(creven) gehouden sal zijn te vestigen en(de) op goede pande te/
duysborch te besetten drie mudden rocx en(de) een half goet en(de)/
payabel d(er) maten van loven(en) erfliker renten die jairlix valle(n)/
sullen te kersmesse te betalen den vors(creven) p(er)sonen meerlenberchs/
[en(de) hue(re)n erfgenamen] d(air) af dierste betalinge innegaen sal te kersmesse naestcomen(de)/
diemen tallen tijden sal mogen afquiten na lant coep bove(n)/
en(de) beneden Vort eest vorweerde dat de vors(creven) jan marcelis/
op hem nemen sal en(de) dragen [tvierdel der p(er)sone meerlenberch van] den rijd(er) erflic die bijden vors(creven)/
ja(n)ne en(de) en(de) de vier rijd(er)s lijftoc die bijden vors(creven) janne ende sijne(n)/
medegaringen gefineert was aen he(re)n willem(me) edelhe(re) [priest(er)] vander/
daet xiiii[c] en(de) [tvierder van] den iiii rijd(er)s lijftochten die/
bijden selve(n) gefineert wae(re)n aend(er) weduwen meys int jair/
van lxv decembris v en(de) desgelix tvierdel van allen costen/
van rechte monteringen en(de) refectien wair die geschiet zijn/
het zij int gheestelic oft weerlic gerichte(n) die ten deele der/
vors(creven) p(er)sone meerlenbercx soud(en) mogen come(n) indt vervolghe(n) d(er) goede/
vors(creven) tot desen dage toe en(de) den selve(n) kynde(re) m(eer)lenberchx tot eeuwe/
gen dage(n) d(air) af ontlasten behoudelic dat insgelix oic versmelte(n)/
sulle(n) die coste(n) die de selve p(er)sone meerlenberch int v(er)volgen d(er)/
selver goede oft and(er)s tot desen dage toe [oic] hebben geleden zonder/
den vors(creven) ja(n)ne m(ar)celis oft zijne(n) nacomelinge(n) oft yemant and(er)s dair/
af yet teysschen sullen in e(n)niger manie(re)n cor(am) hoeve(n) vync m(ar)cii iiii It(em)/
es noch bevorwert wart dat de(n) vors(creven) janne m(ar)celis de vors(creven) goede d(er) vors(creven) p(er)sone/
m(eer)lenberchs met rechte oft and(er)sints ontoge(n) wordd(en) va(n) yeman(de) and(er)s dat dan de/
vors(creven) iii(½) mudd(en) rox erflic v(er)smelt(en) sulle(n) tot eeuweg(en) dage(n) hoeve(n) vync m(ar)cii iiii
ContributorsMi-Je Van Gils
Moderated byMi-Je Van Gils
Last update: 2016-06-15 by Xavier Delacourt