SAL7360, Act: R°64.2 (134 of 661)
Search Act
previous | next
Act R°64.2  
Act
Date: 1466-10-25

Transcription

2018-11-07 by myriam bols
It(em) henric van poederle meye(r) van ryemena(m) ende willem va(n) haesdonc/
voerspreke hebben geloift indivisim gielise vand(er) stoct jans sone was/
dat sij janne van steenwinckele op in donderdaige naistcomen(de) leve(re)n/
selen int recht tantwerpen om dat de selve gielijs dan ald(air) opden/
selven van steenwinckele zijn recht sal moigen vorde(re)n van des hij/
tot hem te seggen heeft acht(er)volgen(de) zeke(re)n vo(n)niss(en) bij scepen(en) van loven(en)/
onlanx tusscen hen gegev(en) Ende voirts dat zij den selven gielise/
restitue(re)n sullen die seven stuv(er)s die hij van sijne(n) vo(n)nisse alhier te/
teken(en) betaelt heeft op datmen tantwerpen vynt den voirs(creven) van/
steenwynckele int ongelijc Ende de vors(creven) jan van steenwynckel en(de)/
henric van poed(er)le hebbe(n) geloift den vors(creven) willem(me) h(ier) af [costeloes] tontheffen/
ende de selve van steenwynckel geloifde voirt den vors(creven) van poed(er)le/
d(air) af scadeloes tontheffen meldert roelofs octobr(is) xxv/
Sen(tentiatum) cor(am) roelofs berghe junii xii a(nn)[o] lxvii
ContributorsMi-Je Van Gils
Moderated byMi-Je Van Gils
Last update: 2016-06-14 by Xavier Delacourt