SAL7360, Akte: V°69.2-R°70.1 (150 van 667)
Zoek akte
Vorige | Volgende
Akte V°69.2-R°70.1  
Act
Datum: 1466-11-01

Transcriptie

2018-11-11 door myriam bols
Cond zij allen lieden dat jan vander eycken nu t(er)tijt meye(r) tot/
halen gestaen in tegewoirdicheid(en) van scepen(en) van loeven(en) heeft/
openbairlic hier onder genoe(m)t heeft openbairlic overgegev(en)/
gaf over en(de) transporteerde meester janne van duysborch zijne(n)/
zwag(er) voir hem ende zijne(n) erven die thien pet(er)s tsjaers lijfpen(sien)/
die hij tot zijnen live hadde en(de) heffende es op en(de) aen die goede/
stat van brugghe vallen(de) jairlix tot twee payminten die te/
ontfanghen en(de) te bue(re)n van nu voirtaen soe langhe en(de) tot d(er)re/
tijt toe dat de selve meester jan dair aen gehaven sal en(de) gebuert/
sal hebben de so(m)me van achtentwintich rinscher guld(en) eens te/
xx stuv(er)s tstuc en(de) sal de voirs(creven) meester jan heffen dierste paymi(n)t/
dat ten naesten tide vallen sal Ende de voirs(creven) so(m)me van xxviii/
rinsch(er) guld(en) gehave(n) zijnde dan sal de voirs(creven) jan vand(er) eycken/
zijn hande aen zijn voirs(creven) lijfpen(sien) wed(er) moigen slaen en(de) die aen/
veerden en(de) voirtaen dan hebben ende gebruyken Makende/
volcomelic mechtich ende stellende zijne(n) p(ro)cur(eur) irrevocabel de(n)/
selve(n) meest(er) ja(n)ne om de selve lijfpen(sien) te heffen op te bue(re)n en(de)
//
te ontfanghen q(ui)tancie dair af te gheve(n) en(de) al tgheene d(air) af te doen/
dat hij selve conde moigen oft connen gedoen e(m)mer alsoe langhe ende/
tot aen d(er)re tijt toe dat de voirs(creven) so(m)me van xxviii rinsch(er) guld(en)/
eens dair aen gehaven sal wesen Voert heeft geloeft gesekert/
en(de) met opgerecten vynge(re)n ten heiligen gesworen de voirs(creven) jan/
dat hij de voirs(creven) lijfpen(sien) nyemande hier te voe(re)n overgegev(en) en heeft/
belast noch getransporteert in al noch in deele noch overgegeve(n) en/
sal noch transporte(re)n voer aen d(er)re tijt toe dat de voirs(creven) so(m)me van/
xxviii rinsch(er) guld(en) volbetaelt sal wesen noch dat hij den selve(n) meest(er)/
janne noch den zijne(n) gheen hynder noch calaengie dair aen doen/
en sal noch slaen noch doen noch late(n) slaen in gheenre manie(re)n mair/
den voirs(creven) meester janne van des voirs(creven) es zijn en(de) bliven recht/
warant tegen eene(n)yegelik(en) De selve jan heeft voirt geco(n)senteert/
belieft en(de) gewillecoert dat de kinde(re) hylleg(air)den die hem sculdich/
zijn te sijnd(er) maniss(en) te goeden en(de) met rechte te cleeden in zeke(re) goede/
en(de) erffeniss(en) omtri(n)t campenhout geleg(en) die hij tegen hen gecregen/
heeft den voirs(creven) meest(er) janne van duysborch sonder v(er)trec de/
gueding(en) van dien goeden en(de) erffenissen doen sullen soe zij die/
hem doen souden ende de selve jan sal t(er) maniss(en) des vors(creven) meest(er)s/
jans den selve(n) kinde(re)n betalen de reste dieme(n) den selven kinde(re)n/
hillegairden vand(en) voirs(creven) goeden noch sculdich ende tacht(er) mach/
wesen alsoe dat dair bij de selve guedinge niet v(er)trecken en sal/
noch verstelt wordde(n) Ende es vorweerde dat dese guedinghe/
den selven meest(er) janne gescien sal te dier (con)dicien en(de) in dier/
maten soe wanneer de vors(creven) jan den vors(creven) meest(er) janne en(de)/
zijne goede d(air) voe(r) staen(de) volcomelic gelost sal hebben van dien/
vijf rinsch(er) guld(en) jairlik(er) lijfpen(sien) dair voe(r) de selve meest(er) jan/
ende zijn goede voe(r) den vors(creven) meest(er) janne te laste staen en(de)/
van allen v(er)loepen(de) pachte(n) van dien dat dan [en(de) niet eer] den vors(creven) ja(n)ne/
zijn goede vand(en) vors(creven) meest(er) janne weder overgegoidt ende/
overgegev(en) zullen moten wordden cor(am) berghen hoeve(n) no(vem)[br(is)] p(rim)[a]
Nagekeken doorMi-Je Van Gils
ModeratorMi-Je Van Gils
Laatste update:: 2016-06-14 door Xavier Delacourt