SAL7361, Act: R°83.3-V°83.1 (185 of 504)
Search Act
previous | next
Act R°83.3-V°83.1  
Act
Date: 1467-11-10

Transcription

2019-08-15 by myriam bols
Item vanden questien die geweest zijn tusschen gielise den roide/
natuerlic in deen zijde en(de) janne den roide met zijnen kynde(re)n/
in dande(re) van hue(re)r beider erve neven een gelegen inde/
oude mu(n)tstrate bijden dorganc comen(de) achter uuten groeten huyse/
des voirs(creven) gielis natuerlix inde cattestrate hebben der stat/
gesworen(en) meesters en(de) werclude van lov(enen) te weten(e) meeste(re)n/
matheeus de layens willem de beer en(de) jacop vand(er) vesten/
achtervolgen(de) d(er) submissicien hier op tusschen de selve p(ar)tien geschiet/
en(de) gepasseert voir scepen(en) van lov(enen) augusti x lestleden en(de) der/
stat termijnacien en(de) ordinencien uutgesproken en(de) get(er)mijneert/
septembris xxii dage d(air) nadat hier [huer uutsprake eendrechtelic gedaen ind(er) manie(re)n] na volghen Yerst dat de/
vors(creven) gielis natuerlic tot zijne(n) erve inde cattestrate en(de) dorgange/
achterweert inde oude mu(n)tstrate na dbescheit bijden meesters/
verhoirt en(de) na tghene des de ouders voir hen gedragen hebben/
behouden sal de came(r) achter die h(er) gielis [wilen] de roide ca(n)nonc als hij/
leefde ts(int) pet(er)s te loven(en) zijn vader dede ty(m)me(re)n metter scouwen/
alsoe die staet tot eeuwegen dagen zonder den vors(creven) janne en(de)/
zijnen kynde(re)n e(n)nich recht dair inne te behouden met sulken
//
plecken hoofs buyten aende selve came(r) tegen de want vand(er) salen/
vanden huyse des vors(creven) jans en(de) sijnen kynde(re)n strecken(de) op weert neven/
de(n) wech die van outs d(air) gelegen heeft alsoe die negen paelsteene/
bijde vors(creven) meest(er)s d(air) gesedt boechswise? dat vast opweert wisen ten/
huyse en(de) erve weert he(re)n lodewijx wilen pynnocx ridd(er)s ende so/
den droegen vrede die opde vors(creven) paelsteene vervolgen(de) gesedt sal/
worden en(de) die begynnen sal beneden aen tcruysken dat gehouwen is...?/
op dinde van eenen langen orduyne die leeght opde zijde opweert/
boven de dore dat nu de hofdore is van des vors(creven) jans sroide/
sijnd(er) kynde(re) huyse uuter salen [te] comen en(de) strecken(e) hem vort cro...?/
na de vors(creven) paelsteene tot opden hoec vanden eetcame(re)n eecksteene/
d(er) twee cruyskens te beiden zijden opgehouwen zijn en(de) leeght onder/
den stijl staende opden hoeck vanden houthuyse des vors(creven) jans en(de) zijnder/
kynde(re) En dien vrede sal de vors(creven) gielis natuerlic de tweedeele ende de/
vors(creven) jan en(de) sijn kynde(re) tderdendeel houden dair om de vors(creven) p(ar)tien lote(n)/
zullen op welc eynde hem vallen sal den vrede te houden Ende de vors(creven) do(re)?/
uuter palen comen(de) zullen de vors(creven) jan en(de) zijn kynde(re) moeten doen vermak(en)/
te hue(re)n coste en(de) opweert op hue(r) erve een ande(re) doen maken te hue(re)n/
hove weert oft hen gelieft Item de doren boven en(de) beneden die staen inde...?/
vors(creven) came(r) boven en(de) beneden ten huyse weert bynne(n) vanden vors(creven) janne/
en(de) sijne(n) kynde(re)n sal de voirs(creven) kynde(re) gielis natuerlic te zijne(n) coste [doen] wel en(de)/
vaste vermaken en(de) thaysel dat vand(er) vors(creven) came(re)n leeght opdes vors(creven)/
jans en(de) sijnd(er) kynde(re) huys sal alsoe tot eeuwegen dagen bliven ten/
laste des selfs jans en(de) zijnd(er) kynde(re)n en(de) de muer en(de) want d(air) onder/
tusschen hen staen(de) sal also die nu staen hen beyden van boven en(de) beneden/
gemeyn toebehoe(re)n totten daken uut en(de) de vors(creven) jan en(de) sijn kynde(re) sullen/
van hue(re)n huyse [en(de)] salen van boven tot [en(de)] beneden hebben hue(re)n osydrup/
waterloep over des vors(creven) gielis natuerlic hoff en(de) dat sal de selve/
gielis natuerlic dair moeten leiden ter straten uut soemen ald(er)/
hande schoen water sculdich is te leiden achter dat comen sal/
op zijn erve te zijnen schoensten Item alse vanden wege die de/
vors(creven) jan en(de) zijn kynde(re) meynden te hebben over des voirs(creven) gielis/
natuerlix erve van hue(re)n plexken hoofs liggen(de) boven beide de/
vors(creven) erve te drie zijden neven derve des vors(creven) gielis en(de) ter/
vierder zijden neven derve d(er) jouffr(ouwe) wilen rocx dat vortijts/
tegen de selve jouffr(ouwe) rox vercregen was es der vors(creven) meest(ers)/
uutsprake dat de vors(creven) gielis natuerlic van dien weghe onge/
houden zijn sal voir hem en(de) zijne(n) nacomelingen cor(am) roel(ants)/
nethen(en) nove(m)bris x
ContributorsMi-Je Van Gils
Moderated byMi-Je Van Gils
Last update: 2016-07-05 by Jos Jonckheer