SAL7361, Act: V°123.3-V°124.1 (268 of 504)
Search Act
previous | next
Act V°123.3-V°124.1  
Act
Date: 1468-01-23

Transcription

2019-08-14 by myriam bols
Wij jan van colen en(de) jan ouderogge scepen(en) te loven(en) doen cont/
allen den ghenen die dese l(ette)ren zullen sien oft horen lesen dat/
voir ons comen zijn in prop(re) p(er)sone henric vander bruggen als/
man en(de) momboir margrieten vanden meernartshoven zijns/
wijfs nu absent zijnde die hij tot na des vors(creven) bescreven is/
gelooft heeft te vervangen matheeus vanden veken(en) en(de)/
lijsbetten vanden meernartshoven zijn wijf zuster der vors(creven) m(ar)gr(ieten)/
in deen zijde ende jan van haecht als man en(de) momboir/
yden hermans [sijns wijfs] weduwe arnts wilen vanden meernartshoven
//
vader der vors(creven) m(ar)grieten en(de) lijsbetten oic absent sijnde die de/
selve jan tot des na bescreen is gelooft heeft te vervangen in dand(ere)/
En(de) sijn voir hen hue(re)n erven en(de) nacomelingen eensworden bij/
middele en(de) tusschen spreken van hue(re)n magen en(de) vrienden vand(en)/
stoote die zij underlingen hadden om der goeden wille den voirscr(even)/
ii gesuste(re)n gebleven na en(de) vand(er) doet des voirs(creven) wilen arnts huers/
vaders der pointen en(de) clausulen hier na bescreven die zij/
malc den ande(re)n gelooft hebben tot eeuwegen dagen tonderhouden/
behoudelic dat mits desen niet geinfringeert en zullen wesen/
alsulken accort als tusschen den vors(creven) henr(icke) en(de) matheeuse gemaect/
was int jair xiiii[c] lxvii ap(ri)lis xii voir scepen(en) van loven(en) lest vorleden/
Inden yersten dat de voirs(creven) henric en(de) matheeus van wegen hen/
selfs en(de) huer(er) werdynnen van nu vortaen der vors(creven) yden der moed(er)/
also lange sij leven sal en(de) niet langer sullen laten volgen peyselic/
en(de) vredelijc alsulken twee mudden corens als staen ten live d(er)/
voirs(creven) ii gesuste(re)n ten dage als die vallen aen en(de) op zeke(re) goede/
katlijnen quaremans gelijc de brieve dair af zijnde uutwisen Behalve(n)/
wart tsake dat de selve ii mudden rox corens namaels afgequijt/
worden datme(n) dan de pe(n)ningen d(air) aff comen(de) ter selver natue(re)n/
aenleggen sal opde vors(creven) ii gesuste(re)n oft zij leefden ende inden/
gevalle oft de selve ii gesuste(re)n oft deen van hen voir der voirscr(even)/
yden huer(er) moeder aflivich wordden dat dan de vors(creven) henric/
oft matheeus diens wijf also aflivich wa(r)e [van] den vors(creven) ii mudden/
corens zoe v(er)re die also verstorve(n) wa(r)en ongehouden zijn sullen/
d(er) vors(creven) yden te leve(re)n Vortmeer eest ondersproken dat de/
vors(creven) matheeus en(de) lijsbeth zijn wijf jairlix te kermesse [der vors(creven) yden] eene(n)/
ryns guld(en) te xx st(uvers) [so lange sij sal leven betalen sullen] also lange de selve yde leven sal ende/
niet langer ende inden gevalle oft inde betalinge vanden/
voirs(creven) ryns guld(en) e(n)nich gebrec viele zoe hebben de selve/
matheeus en(de) lijsbeth zijn wijf dair voir met rechte te stellen/
goede pande dair voir weselijc goetgenoech zijnde oft dien te/
verborgen met redeliken borgen Ende mits desen sullen de/
vors(creven) jan van haecht en(de) yde zijn wijf gegelijt [geheelic] en(de) al ter stont/
lichten hue(r) hande van have(n) en(de) erve die bleven zijn nade/
doot des voirs(creven) wilen arnts zonder dair aen e(n)nich recht/
oft dieme(n) namaels van zijnd(er) zijden gecome(n) bevinden sal oft die/
zij [oic] tsamen vercrigen mogen hebben zond(er) dair aen nu oft in
//
nacomen(de) tijden e(n)nich recht oft actie te behouden in e(n)niger manie(re)n/
alle fraude en(de) argelist hier inne uutghescheiden Scelden(de) de vors(creven)/
henric en(de) matheeus met sijnd(er) vors(creven) werdynne(n) ter eend(er) en(de) de vors(creven)/
jan van haecht ind(en) name van hem en(de) yden zijnen wijve ter/
ande(r) zijden des vors(creven) steet in zijnd(er) macht bliven(de) deen den ande(re)/
volcomentlic quijt van allen ande(re)n gelooften toeseggen vorweerden/
[anders dan uut saken van desen accorde] eysschen mochten zijn totten dage toe van heden bekynnen(de)/
hen d(air) af vernueght en(de) wael voldaen Geloven(de) deen den/
ande(re)n dair af van nu vortaen ny(m)mermeer aentespreken te/
moyen noch te vexeren in gheenen rechte gheestelic noch/
weerlic in gheend(er) manie(re)n en(de) hier of tegen eenen yege/
liken recht warant te zijne en(de) te bliven tot eeuwegen dagen/
januarii xxiii
ContributorsMi-Je Van Gils
Moderated byMi-Je Van Gils
Last update: 2016-07-12 by Jos Jonckheer