SAL7361, Act: V°175.1 (368 of 504)
Search Act
previous | next
Act V°175.1  
Act
Date: 1468-03-26

Transcription

2019-08-30 by myriam bols
Item jan vander hulst in deen zijde ende henric wouters in dande(re)/
hebben hue(r) gedinge dat sij hangen(de) hebben voir meye(r) en(de) scepen(en)/
va(n) lov(enen) uutgestedt tot des tweesten dijsendaeghx na beloken(en) paessche(n)/
naestcomen(de) om als dan inder saken vort te varen also zij ten/
naesten dage van rechte doen souden mogen dair janne/
vand(er) hulst vors(creven) gewijst is op heden met vonnisse d(er)/
scepen(en) van lov(enen) dat zij begheerden de scepen(en) brieve die/
de selve jan vand(er) hulst in zijn cedulle van ghebreke/
geruert hadde [dat hij die] voir oghen brachte ende dae(re)nteynden/
recht cor(am) eisd(em)
ContributorsMi-Je Van Gils
Moderated byMi-Je Van Gils
Last update: 2016-07-19 by Jos Jonckheer