SAL7361, Act: V°32.4-R°33.1 (70 of 503)
Search Act
previous | next
Act V°32.4-R°33.1  
Act
Date: 1467-08-07

Transcription

2019-07-24 by myriam bols
Vander questien die voir den raide vander stat quam tusschen/
jannesse vand(er) eyken profst van corby aenleggere in deen zijde/
en(de) janne lambrechts van berthem in dande(re) dair de/
voirs(creven) profst hem beclaeghde dat de vors(creven) jan lambrechts wa(r)e/
comen in diverse plaetsen dreygende en(de) auxstine(re)nde zijn/
wercluden die hij te berthem te wercke hadde gesedt/
op zeke(re) [goede] die den vors(creven) janne lambrechts plagen toetebehoe(re)n
//
te leen gehoude vanden voirs(creven) godshuyse ende die de voirs(creven) proofst/
van des vors(creven) godshuys wegen uutgewonnen hadde met uuter/
liken vonnisse der mannen vanden [leen]hove des voirs(creven) godshuys/
voir zeke(re)n erfpacht en(de) namelic een schue(r) vanden onder/
panden wesende des voirs(creven) godshuys te berthem vors(creven) gelegen/
en(de) naden vors(creven) uutwisen welcke pointen de voirs(creven) aenlegge(r)/
boet te thoenen en(de) dair toe dat hij den vors(creven) aenlegge(r)/
janne gep(rese)nteert hadde altijt als hij noch dede oft hem de/
vors(creven) goede geliefde aentespreken oft te volgen dat hij dat/
in aenlegger stat dade dair en(de) alsoe hem duncken mochte/
dat behoirde en(de) met rechte zonder met feyte vor te/
gane Op dwelc de vors(creven) jan lambrechts hem verantw(er)den(de)/
ontkynde de vors(creven) dreygement(en) gedaen te hebben ende/
seide vort dat de vors(creven) jannes aenlegge(r) meer goede dan/
leen wa(r)en hem pijnde taenverden te weten(e) zijn chijs/
goede die te meer dan teender plaetsen regenoten wa(r)en/
vanden leenen en(de) onderpanden vors(creven) hopen(de) dat zijn/
chijsgoede inder vors(creven) uutwyningen niet getogen en zouden/
worden Op dwelc de vors(creven) joh(ann)es proofst repliceerde dat/
hij niet meer goede en hantplichte dan die na begrijp/
van des vors(creven) godshuyse boeken leen wa(r)en des hij hem totten/
mannen gedroech en(de) dair af hij vand(er) tijt der voirs(creven)/
uutwy(n)ningen in possessien hadde geweest Hier op wert/
de voirs(creven) aenlegge(r) gewijst tot zijnen bethoene die zijns/
vermets vanden voirs(creven) pointe(n) volquam ende dae(re)nteynden/
werd getermijneert bijden raide vand(er) stat met vollen/
gevolghe dat de vors(creven) jan lambrechts gehouden zijn zoude/
de dreygemente over hem gethoent af en(de) te nyeute/
te doen den vors(creven) aenlegge(r) te verseke(re)n nad(er) stat recht/
oft hijs begeerde ende den vors(creven) joh(annes) den proofst te laten/
in zijnder possessien vanden uutgewonnen(en) goed(en) ende oft hem/
dochte dat de selve profst meer goede hielde oft die/
goede breeder tot hem toghe dan hij sculdich wa(r)e te doen na/
den vonnisse d(er) manne oft den uutwynnen vors(creven) dan sal de selve ja(n)/
lambrecht moge(n) volge(n) nae rechte alst hem gheliefdt d(air) en(de) also dat/
behoirdt Actum in pleno (con)silio aug(usti) vii
ContributorsMi-Je Van Gils
Moderated byMi-Je Van Gils
Last update: 2016-06-28 by Jos Jonckheer