SAL7361, Act: V°57.2-R°58.1 (122 of 503)
Search Act
previous | next
Act V°57.2-R°58.1  
Act
Date: 1467-09-16

Transcription

2019-07-15 by myriam bols
Wij jan van colen ende jan ouderogge scepen(en) te loven(en) doen/
cont en(de) kynlic allen lieden dat voir ons comen zijn in p(ro)pren/
p(er)sone arnt goedeweerts woenen(de) te duysborch met pete(re)n/
janne en(de) lijsbetten zijnen wettigen kynde(re)n die in questien en(de)/
gescille wa(r)en overmits den goeden hier nabescreven die/
die vors(creven) peter sijnde gelijc den ande(re)n in zijns vad(er)s broode/
gecocht en(de) gecregen heeft te weten(e) inden yersten een/
boender en(de) een halff dachmale lants gelegen te voshem/
opde volde(r) gecregen tegen willem(me) de smet van oudreghem/
Item noch drie vierdelen lants gelegen achter nederduysborch/
opden holenwech ond(er) he(re)n philipse hynckart ridde(r) v(er)cregen/
tegen gheerde de wolff in welcke goede de vors(creven) jan ende/
lijsbeth meynden gericht te sijne gelijc den selven pete(re)n En(de)/
sijn bij tusschen spreken van hue(re)n magen en(de) vrienden tallen zijden/
overcomen en(de) mynlic eensworden d(er) pointe en(de) condicien hier/
na volgen(de) die zij p(ri)us emancip(ati) gelooft hebben te weten de vors(creven)/
lijsbeth met eenen mo(m)boir malcande(re)n vast en(de) gestentich te/
houden voir hen hue(re)n erven en(de) nacomelingen Inden yersten dat/
de vors(creven) vader jan en(de) lijsbeth den vors(creven) pete(re)n sullen peyselic en(de)/
vredelijc laten volgen houden en(de) besitten tot eeuwegen dagen/
de vors(creven) goede bij hem v(er)cregen om zijnen vryen eygen(en) wille/
dair met te doen zonder dat zij nu oft in nacomende tijd(en)/
hen dair toe e(n)nighs rechts vermeten zullen te hebben uut/
saken vanden vercrige voirs(creven) behoudelic dat de voirs(creven) arnt/
de vader zijn toch dair inne hebben en(de) behouden sall/
sijn leefdage lanc Ende dair voir heeft de vors(creven) peter/
sijnen brued(er) en(de) suster gelooft en(de) toegeseeght dat nade
//
doot van hue(re)n vors(creven) vader hen beiden vanden goeden blivende/
naden vors(creven) vader vor uut volgen sal voir hen hue(re)n erven/
en(de) nacomelingen een half boend(er) lants gelegen onder den/
vors(creven) he(re)n ph(ilip)s opd(er) schoenenboomvelt tusschen den goeden/
gielis vander schue(re)n in beiden zijden zonder dat de/
vors(creven) peter dair inne e(n)nichsins gericht sal zijn sept(embris) xvi
ContributorsMi-Je Van Gils
Moderated byMi-Je Van Gils
Last update: 2016-07-05 by Jos Jonckheer