SAL7361, Act: V°84.1 (189 of 504)
Search Act
previous | next
Act V°84.1  
Act
Date: 1467-11-17

Transcription

2019-08-15 by myriam bols
Allen den ghenen dien dese l(ette)ren gethoent selen werden burg(er)meeste(re)n/
scepen(en) ende raet der stadt van loven(en) saluyt met kynnesse(n) der/
waerheyt doen te weten dat opden dach van heden datu(m) van/
desen voir ons come(n) is in prope(re)n p(er)sone henrick vand(er) hofstadt/
sone wijle(n) vrancx poirtier opde redinge poirte te loven(en) ende heeft/
geconstitueert gesedt volcome(n) macht p(ro)curacie ende au(tori)teyt gegeve(n)/
huben de ruyssche ende (christ)ofel zijnen wettighen sone die hij heeft/
hadde van magriete(n) wijle(n) van wynghe zijnder medegesellinnen/
Alle zijn jairgulde opcomi(n)gen vervallen goede beruerlic/
en(de) omberuerlic chijsen renten pachten en(de) versterfnessen als/
hem verstorve(n) is na en(de) vand(er) doet d(er) vors(creven) wilen/
m(ar)grieten zoe wair die in brabant gelegen oft bevond(en)/
mogen wesen oft d(air) buyten te wat plaetsen dat dat zij in/
e(n)niger manie(re)n te verwae(re)n te manen teysschen opteboren/
en(de) tontfangen tegen oft aen wat p(er)sone dat dat zijn mach/
Dair voir te panden te dagen te beleiden rastemente te doen/
leggen die met rechte texequeren te vervolgen ende/
te vorde(re)n alle scep(enen) br(ieve) met rechte te vo(n)nissen vorderinge/
d(air) af te neme(n) en(de) te doen na costume en(de) gewoente/
vanden plaetsen dair dat behoiren sal oft behoeve(n) soude/
mogen En(de) ofs noet geboirde voir alle richte(re)n gheestelic/
en(de) weerlic met rechte zijn saken te co(n)steste(re)n te decline(re)n/
dexcipieren te r(e)co(n)venie(re)n te verantweerden te bescudden te/
bedingen te wynne(n) en(de) te verliesen Ende vortaen generalic/
en(de) specialijc allet ghene d(air) inne te doen en(de) te vorde(re)n/
des de vors(creven) henric in p(er)sone selve zoude mogen doen telker/
tijt oft hij tegenwordich en(de) voir ogen wa(r)e Geloven(de)/
de selve henric voir ons in goeden trouwen opde v(er)binte/
nesse van allen zijne(n) goeden beruerlic en(de) omberuerlic/
tegenwordich en(de) toecomen(de) goet vast gestentich en(de) van/
weerden te houden wes bijden vors(creven) p(ro)cur(eur)s aut alt(eru)m gedaen sal/
worden Salvo iusto calculo nove(m)br(is) xvii
ContributorsMi-Je Van Gils
Moderated byMi-Je Van Gils
Last update: 2016-07-05 by Jos Jonckheer