SAL7361, Act: V°95.3 (212 of 503)
Search Act
previous | next
Act V°95.3  
Act
Date: 1467-12-10

Transcription

2019-07-28 by myriam bols
Vander aenspraken die peter van mechelen gedaen heeft/
op willem(me) de witte van herent seggen(de) dat de vors(creven) willem/
hem toegeseecht ende gelooft hadde die drie deel va(n) derthien/
rijders uut saken van sekeren leengoeden daer toe comen/
was henric des vorscr(even) willems zone voir/
hem alse stedehoudere des hoofs goirdts wilen van/
rode dwelc de vorscreven(e) willem genoech/
kynde op alsoe dat de voirscreven(e) goede den vors(creven)/
zijnen sone gebleven waren Dwelck neen was/
gewees gewijst dat soe verre de voirscr(even) henric/
de witte inde voirscr(even) leengoede niet bleven en/
ware dat dan de voirscr(even) willem de vader der/
aenspraken ongehoude(n) soude sijn In scampno p(rese)ntibus/
tymple colonia m(ar)cels ouderogge decembr(is) x
ContributorsMi-Je Van Gils
Moderated byMi-Je Van Gils
Last update: 2016-07-05 by Jos Jonckheer