SAL7363, Act: V°91.2-R°92.1 (196 of 566)
Search Act
previous | next
Act V°91.2-R°92.1  
Act
Date: 1469-10-11

Transcription

2019-11-20 by Mi-Je Van Gils
It(em) jacob van bonlez sone gielijs wijle(n) van bonlez in deen zijde ende/
roelof vander elst als procur(eur) des godshuys vanden wittevrouwen/
hebben(de) volcome(n) procuracie vanden selve(n) godshuyse in dandere/
sijn met malcande(re)n eensworden en(de) overcomen van alsulke(n) xiiii/
crone(n) erflijck als julii xiiii a(n)no xxxv met scepen(en) brieve(n) van/
loven(e) ghecocht ware(n) aen ende op de goede vand(en) motten/
met hue(re)r toebehoirte(n) inde prochie van grave(n) gelegen wijle(n)/
toebehoiren(de) gielijse van bonlez des voirs(creven) jacops vader jouffr(ouwe)/
lijsbette(n) van cleve no(n)ne inde voirg(eruerde) godsh(uyse) der vuegen/
ende condicie(n) hier nae vercleert die zij malcande(re)n geloeft/
hebbe(n) te onderhouden Te weten dat de voirs(creven) jacob den/
voirs(creven) godshuyse van allen achterstelle der voirs(creven) rente(n) ghe/
valle(n) tot dese(n) dage toe gheve(n) sal sesthien crone(n) eens/
te xxiiii stuv(er)s tstuck en(de) daer met gestaen en(de) betalen/
deen helcht van dien te weten viii crone(n) te kersmesse/
naistcomen(de) en(de) dander helcht te bamisse d(air) nae volgen(de)/
quol(ibet) ass(ecutu)[m] Item es vorweerde want de voirs(creven) jacob te/
kynne(n) heeft gegeve(n) dat soe langhe als jouffr(ouwe) marie/
wed(uwe) jans wile(n) jans wijle(n) van bonlez sijns oems wijf/
leeft de voirs(creven) goede zee(r) belast zijn dat hij vande(n) voirs(creven)/
xiiii crone(n) erflijck alsoe lange de selve jouffr(ouwe) marie leve(n)/
sal en(de) die verschijne(n) selen bynne(n) hue(re)n leven(e) de(n) voirs(creven)/
godsh(uyse) noch jouffr(ouwe) lijsbette(n) van cleven niet meer jairlix/
vander voirs(creven) renten van xiiii crone(n) geve(n) en sal dan/
acht crone(n) ende vande(n) zessen verdrach hebbe(n) Mair va(n)/
des valle(n) sal nae zijnder moyen doot sal hij te volle(n)/
betale(n) sonder voirtaen yegen des voirs(creven) es eenige(n) stoot/
oft zwarich(eit) te make(n) hij en(de) zij(n) nacomelinge en sele(n)/
tvoirs(creven) godsh(uys) jairlix vande(n) voirs(creven) rente(n) vernueghen/
als die sulle(n) valle(n) nae den onderscheyde voirscreve(n)
//
It(em) sal hier mede quijt zijn des de voirs(creven) j(a)cop oft ande(re)/
mochte(n) eysschen vanden voirscr(even) godshuyse oft jouffr(ouwe) lijsbette(n) te hebbe(n)/
restitucie van dat zij voir de voirs(creven) crone(n) eene(n) tijt van jaire(n) meer/
dan xiiii stuv(er)s mach oft moegen hebbe(n) gehave(n) Item heeft de/
voirs(creven) jacop gelooft der voirs(creven) jouffr(ouwe) lijsbetten de voirs(creven) xvi crone(n)/
ten voirs(creven) twee payme(n)ten wel ende dueglijck te betale(n) ende/
dair toe bynne(n) xiiii nachte(n) naistcomen(de) te bringe(n) voir scepen(en) den/
wynne vande(n) voirs(creven) goede(n) oft eene(n) ande(re)n alsoe goede(n) borghe/
als de selve wynne es die voir de selve xvi crone(n) te(n)/
voirs(creven) twee paymente(n) te betale(n) met hem ende als zijn/
borge gelove(n) sal cor(am) tymple oud(erogghe) oct(obris) xi
ContributorsMi-Je Van Gils , Jos Jonckheer
Moderated byGreet Stevens
Last update: 2016-07-06 by Xavier Delacourt