SAL7365, Act: R°50.4-V°50.1 (121 of 553)
Search Act
previous | next
Act R°50.4-V°50.1  
Act
Date: 1471-10-01

Transcription

2020-01-07 by Karel Embrechts
It(em) die voirs(creven) jan van rode dien de vors(creven) scult van vi crone(n) en(de) drie halst(ere)n core(n)s/
toebehoort hoe wel henric(us) hanckart d(air) voe(r) gelic voe(r) geleit es heeft zijne(n)/
eed gedaen behoorlic ten heilig(en) en(de) voe(r) der vors(creven) gueding(en) dat hij de vors(creven)/
goede met kercgeboden v(er)cocht en(de) ten hoochsten bracht heeft en(de) dat die nyet/
meer bove(n) co(m)mer gegouden en hebben dan thien pet(er)s te xviii stuv(er)s tstuc/
eens ende datmen den selve(n) janne van rode uut saken vand(er) vors(creven) lijfpen(sien)/
dueghdelic en(de) van rechtveerdig(er) scult sculdich was d(air) voe(r) hij de voirscr(even)/
goede heeft vercocht des h(ier) na volcht Ierst zesse cronen en(de) te/
xxv stuv(er)s tstuc en(de) drie halst(er) corens die int vors(creven) beleit sijn begrepen/
It(em) aen trecht en(de) den cost vand(en) selven beleide xxv stuv(er)s It(em) aen/
eene(n) sintbrief te leefdale gesonde(n) om de vors(creven) goede te doen leve(re)n ende
//
henricke vand(er) male dach te beteeken(en) van rechte ii st(uvers) It(em) aen/
smeyers van leefdale wijn om die leve(ri)nge te doen en(de) p(ar)tien dach/
te besceide(n) iiii st(uvers) Ende aen tvo(n)nisse van (con)tu(m)atien te doen teken(en)/
gegeve(n) ii st(uvers) So(mme) al tsamen x pet(er)s te xviii st(uvers) tstuc drie/
stuv(er)s en(de) drie halst(er) corens Aldus gebreken janne noch iii st(uvers) ende/
drie halst(er) corens eens ende want de vors(creven) jan bove(n) des vors(creven)/
steet noch om de vors(creven) goede te v(er)coepe(n) en(de) ten hoochste(n) te bring(en)/
gedaen heeft [en(de) gehat] de coste(n) h(ier) na bescreve(n) Te wete(n) ierst aende(n) meye(r) va(n)/
leefdale om de goede inde kercke te gebiede(n) te coepe aen een resc(ri)pt/
dat hij dede de(n) scepen(en) van loven(e) van sijnen exploite en(de) vort om/
te hulpen de goede v(er)coepe(n) tsame(n) iii st(uvers) It(em) aen den lijcoep die/
te(n) tween sitdaige(n) v(er)droncke(n) wart x(½) stuv(er)s d(air) af de ii en(de) een oort/
alleene te(n) laste vand(en) coep(er)e comen blijft jans deel h(ier) af op viii st(uvers)/
een ort Ende noch aen den clerc vand(er) cedulle(n) te scrive(n) [deene] d(air) mede de/
goede ind(er) kercke(n) gebode(n) wae(re)n en(de) oic [dande(r)] vand(er) manie(re)n d(air) op die wordde(n)/
v(er)cocht en(de) voort vand(er) cedulle(n) te scrive(n) vand(en) coste(n) en(de) gebrek(en) d(air) op/
de vors(creven) jan sijne(n) eedt heeft gedaen tsame(n) ii st(uvers) i ort So[m(me)] xiiii(½) st(uvers)/
Ende de(n) selve(n) janne d(air) tegen te bate(n) come(n) aende(n) vors(creven) coep(er)e bove(n) de/
thien pet(er)s vors(creven) voir den wijn vand(en) slage ii st(uvers) voir sijn deel vand(en)/
wijne staen(de) opde iiii hoegen(en) voir elc hoeg(en) een(en) stuv(er) mak(en) iiii st(uvers) Ende/
noch vand(en) iiii hoegen(en) te jans deele elc hoeg(en) ii st(uvers) mak(en) viii st(uvers) So(mme)/
van desen xiiii st(uvers) Soe sal de vors(creven) willem de vors(creven) xiiii(½) st(uvers) te/
hemw(er)ts nene(n) en(de) janne d(air) af ontlaste(n) en(de) alsoe de(sen) vors(creven) xiiii st(uvers) van/
wijne en(de) hoegen(en) ongehoude(n) sijn en(de) blive(n) eisd(em)
Contributorskristiaan magnus
Moderated byGreet Stevens
Last update: 2016-07-19 by Xavier Delacourt