SAL7368, Act: R°121.4 (233 of 732)
Search Act
previous | next
Act R°121.4  
Act
Date: 1474-11-18

Transcription

2019-04-03 by Mi-Je Van Gils
It(em) meester matheeus de layens geswore(n) wercman der stat/
van loeven(en) die onlanx leden van naerderscapen gecreg(en) heeft/
alsulken vijf mudde tarwe(n) thiensche erfspachts alse gord vand(er)/
eycke(n) nu ter tijt borg(er)meest(er) te thiene(n) gecocht hadde opde goede/
henrix witten van dormale sijns neve(n) te nederwynde geleg(en)/
inden hof lambrechts moens te wete(n) op alsulken pande alse/
inden scepen(en) brieve van thiene(n) die de vors(creven) goird d(air) af hadde/
geruert staen Heeft gekint en(de) gelijd dat de vors(creven) henric zijn/
weerdynne ende kinde(re) ende and(er)s nyeman(de) die selve rinte sal/
oft selen moigen lossen en(de) quite(n) binne(n) drie jae(re)n naistcomen(de)/
met lxxxix pet(er)s te xviii st(uvers) tstuc en(de) omtri(n)t sesse stuv(er)s ende/
sond(er) pacht op dat hijt quijt voer sint andries dach en(de) na die/
drie jae(re)n vors(creven) soe en salme(n) gheen quite(n) dair inne hebben/
cor(am) roelants roelofs no(vem)[br(is)] xviii
ContributorsJos Jonckheer
Moderated byJos Jonckheer
Last update: 2016-09-27 by Jos Jonckheer