SAL7368, Act: V°84.4-R°85.1 (174 of 738)
Search Act
previous | next
Act V°84.4-R°85.1  
Act
Date: 1474-10-04

Transcription

2019-02-07 by Mi-Je Van Gils
Want willem van leefdale die als p(ro)cur(eur) der erfgenamen/
vrou kathelinen wijlen van quaderebbe weduwe he(re)n symoens/
wijlen pynnoc ridders geleit zijnde nae deser stat recht voir/
wettige (con)tracte(n) van scepen(en) brieve(n) van loven(en) van twee rijd(ers)/
lijfpen(sien) onder den ande(re)n tot allen den goeden have ende erve/
gheerts wijlen de potghiete(re) hem mett(er) stat brieve(n) gescrev(en)/
aenden meye(r) van lyntre hadde doen leve(re)n alle de selve/
goede en(de) dach van rechte doen bescheiden de weduwe des selfs
//
wijlen gheerts op heden dienen(de) Tot welken daige de selve/
weduwe noch nyemant van hue(re)n wegen comen en is den/
voirs(creven) geleiddden trecht voirt versueken(de) soe wijsde(n) de scepen(en)/
van loeven(en) ter manissen smeyers na dat hen behoirlic geblek(en)/
heeft dexploit en(de) dachbesceidinge vors(creven) gesciet te sijne datmen/
den voirs(creven) geleidden vand(en) voirs(creven) goede(n) houde soude inde macht/
van sijne(n) voirs(creven) beleide zoe verre dat noch voir scepen(en) come(n)/
is cor(am) o(mn)ib(us) scabinis dempto lyemi(n)g(en) octobr(is) iiii
ContributorsJos Jonckheer
Moderated byJos Jonckheer
Last update: 2016-09-13 by Jos Jonckheer