SAL7372, Act: V°313.5-R°314.1 (673 of 845)
Search Act
previous | next
Act V°313.5-R°314.1  
Act
Date: 1479-04-16

Transcription

2020-06-03 by xavier delacourt
Op de questie die voir den rade vand(er) stad geweest heeft tussche(n) marien/
blanckaerts ter eend(er) sijde(n) ende hubr(echte) de ruyssche ter ande(re) Ald(air) de selve/
marie beg(er)de acht(er)volgen(de) seke(re) t(er)minacie(n) tussche(n) hen geg(even) a(nn)[o] lxxvii/
januar(ii) xvii dat de selve hubr(echt) worde bedwonge(n) hue(r) die te voldoen(e) ende
//
te doen costeloes restitue(re)n een silve(re)n schale die hue(r) afgepant hadde/
geweest bij gebreke van dien dat de selve hubr(echt) naevolgen(de) sijnd(er) gelofte(n)/
d(air)af de selve t(er)minacie ruert niet gecuelt en hadde tvierdel/
wijns ald(air) begrepe(n) soe hij nochtan dat sculdich was te doen(e) met meer/
woorde(n) dair toe bij huer gealligeert Dair tege(n) hubr(echt) he(m) v(er)antwerden(de)/
en meynde int voldoen vand(er) selver t(er)minacie(n) noch oic inde restitucie/
vand(er) schalen niet gehoude(n) te wesen bij div(er)sen reden(en) bij he(m) gealligeert/
luttel in rechte dienen(de) Namelic seggen(de) dat nae d(er) t(er)minacie(n) ende/
handeling(en) voirs(creven) ande(re) vorweerde(n) tussche(n) hen wae(re)n geweest dair/
goessen tybe en(de) gielijs de vos doen scepen(en) van loeven(e) bij en(de) over wae(re)n/
als dat ten tide vand(en) pandingen d(er) schalen voirs(creven) hij hubr(echt) voirs(creven)/
oic gepant hadde geweest voir en(de) eer marie was en(de) dat zijs/
doen overquame(n) dat hij dande(r) pande soude gaen uutdage(n) ende/
geliefdet hem soude hij dan die half moete(n) aenveerde(n) betalen(de) de helicht/
vand(en) costen en(de) lasten vand(en) selve(n) uutdagen en(de) alsoe hoepte hij dien/
vorweerd(en) nae te volgen ende seyde voirt dat he(m) den br(ieve) d(air) uut/
hij de gelofte mochte hebben gedaen dair de voirs(creven) t(er)minacie op gefondeert/
was tonrechte bijder voirs(creven) marie(n) voirgehouden was ende van sijne(n)/
int(er)este acht(er)deele ende schaden in dien en(de) vanden pachte(n) dair af/
verschene(n) ten tide dat zij he(m) dien hadde onthoude(n) begheerde hij/
verrichtinge met meer woorde(n) bij hem gealligeert Es get(er)mineert/
uuterlijc bijden rade vand(er) stad alle gelegenth(eyt) aengehoirt voir oogen/
geleet oic de voirs(creven) t(er)minacie en(de) d(air)op en(de) op allet des d(air) inne was/
te considere(re)n rijpelic geledt Nae dien dat men bevonden heeft dat/
de pandinge en(de) handelinge d(air) hubr(echt) af ruert was geweest/
voer der voirs(creven) t(er)minacie(n) en(de) niet zeder soe zij dat opdede dat/
zij bliven bij dinhout vander t(er)minacie(n) dair af vo(r)e geruert is/
en(de) voirt de voirs(creven) hubr(echt) gehouden sal zijn der voirs(creven) marien/
costeloes en(de) schadeloes te doen restitue(re)n de voirscr(even) afgepande/
schale en(de) heeft hij der selver marien yet te eysschen dat hij/
dat doen mach met rechte dair ende soe dat behoirt in (con)silio/
opidi p(rese)ntib(us) berct burg(imagistro) [vacat] scab(in)is et/
plu(r)ib(us) aliis de (con)siliariis aprilis xvi
ContributorsGreet Stevens
Moderated byGreet Stevens
Last update: 2016-09-21 by Xavier Delacourt