SAL7373, Act: R°218.1-V°218.1 (471 of 786)
Search Act
previous | next
Act R°218.1-V°218.1  
Act
Date: 1480-02-17

Transcription

2020-10-05 by Greet Foblets
Het zijn comen te rechte inde banc voir meye(r) en(de) scepen(en) van loeven(e) gielijs/
van colen en(de) peter vand(er) most beyde als geleyt nae des(er) stat recht voir seke(re)/
geluften van onth schadeloos tontheffen van acht rijd(er)s erflic dair inne zij/
als borghen jans wijlen ouderogge hen met seken henr(icke) wijlen van ruysbroec/
hue(re)n medeborge v(er)oblig(eer)t hadde(n) met scep(enen) brieve(n) van loven(e) vand(er) daet xiiii[c]/
lxii dece(m)br(is) s(e)c(un)du(m) de iiii d(air) af aen jacoppe wij scolier en(de) dand(er) vie(r) aen zijn/
kinde(re) vand(en) voirbedde tot allen den goeden beyde have en(de) erve desselfs/
wijlen jans ouderogge ter eend(er) zijden en(de) [vacat] weduwe desselfs/
wijlen jans [met he(re)n pet(ere)n ouderogge prieste(r) hue(r)en janne ouderogge hue(r)en sonen janne amelr(ijcx) der selver gebruede(re)n swag(er) en(de) jacop ouderogge oic sone der vors(creven)] t(er) ande(re) Ald(air) de vors(creven) geleydde deden lesen hue(r) vors(creven) beleit/
en(de) dae(re)ntinden seggen dat zij hen die goede hadden doen leve(re)n met rechte/
en(de) alsoe versochte(n) zij dat hen die voir hue(r) wettige gebreken vand(er) lossing(en)/
voirs(creven) en(de) restitucie vand(en) pe(n)ning(en) d(air) mede zij die rinte(n) gelost hadde(n) met/
coste en(de) co(m)me(r) aenge die welke zij bij eede p(rese)nteerde(n) te verifice(re)n aen/
gewijst wardde(n) hopen(de) dat hen dat sculdich ware te gescien hen des/
gedragen(de) totten rechte Dair tege(n) de vors(creven) wed(er)p(ar)tie s sustine(re)nde de/
(con)trarie dede seggen datme(n) niet bevi(n)den en soude dat de vors(creven) borge(n)/
oyt [met richte] gelast oft gepraemt oft gemaent hadde(n) geweest vand(en) crediteu(re)n/
vors(creven) oft and(ere)n van hue(re)n weg(en) aengaen(de) d(er) selv(er) borchtocht en(de) alsoe en/
hadde(n) zij gheen reden(en) oft actie te spreke(n) de gelufte(n) d(air) voe(r) sij hen/
hadde(n) doen leyde(n) en wa(r)en oic sulc nyet dat zij billike(n) d(air) mede op hue(r)/
oft hue(r) goede soude(n) g conne(n) gecome(n) bij des(en) soe (con)cludeerde zij en(de) hielt/
dat de geleidde met hue(re)n voirtstelle te vroech op en(de) v(er)doolt waren/
den geleydde(n) de (contra)rie sustine(re)nde te voird(er) bij dien dat zij vand(en) oft/
ande(re) van hue(re)n weg(en) gheen transport vand(en) selve(n) br(ieve) d(air) voe(r) sij/
geleyt sijn en hadde(n) gehad vand(en) rentiers vors(creven) oft dat niet en/
bleke dat zij totter betalinge(n) oft afquiti(n)g(en) [gepoort oft] gepraemt hadde(n) geweest/
met richte de(n) geleydde(n) de (contra)rie sustine(re)nde en(de) seggen(de) al en al en/
hadde(n) zij niet gepraemt geweest zij en(de) al hadde(n) zij wijle(n) de(n) vors(creven)/
janne ouderogge vrintscap gedaen zij en dorsten d(air) niet eeuwelijc/
voir blive(n) staen(de) en(de) wair zij d(air) moeste(n) voi(r) blive(n) staen(de) zij waren/
gescape(n) dat selve namaels te mote(n) gelden na dien dat zij genoech
//
te binne(n) ware(n) dat des voirs(creven) wile(n) jans goede(n) vast gestroyt ind/
vercocht en(de) v(er)andert wordde(n) met ov(er)geven(e) oft transporte in he(re)n/
pet(er)s [priest(er)s] huers soens hande(n) die gheestelic was en(de) and(er)s en(de) alsoe/
tendeerde(n) zij tot hue(re)n vors(creven) (con)clusien dat wed(uwe) t(er) (contr)arien tende(re)nde/
meynde dat tricht vand(er) stat sulc wae(r)n dat met sulk(en) gelufte(n)/
men niet en mocht age(re)n al haddemen de brieve in hande(n) d(air) die/
inne stonde(n) te(n) bleke dat zij bij rigeure d(air) toe bedwonge(n) hadden/
geweest de wed(er)p(ar)tie d(air) op allige(re)nde dat de rentiers vors(creven) oft e(n)nige/
van dien wa(r)en gehuwet aen e(n)nige van des vors(creven) jan ouderox/
kind(ere)n en(de) alsoe gemage ond(er) een en(de) alsoe hadde(n) zij d(air) mede gesi/
muleert en(de) hen d(air) toe gheen assisten(cie) wille doen thue(r)e lossingen/
dwelc hen billix gheen p(re)judijs drage(n) en zoude met meer /
worde(n) in beyde(n) sijde(n) gealt(ri)ceert Ald(air) ten uut(er)sten t(er) maniss(en) smeyers/
de scep(enen) van loven(e) gewijst hebben voir een vo(n)nisse dat den vors(creven)/
geleidde(n) de beleidde goede volge(n) sullen tot hue(re)r lossinge(n) behoif van des [en(de) restitucie(n)zij dair af hadde(n) betailt dwelc sij bij eede verifice(re)n soude(n)] opde /
p(rese)ntacie vors(creven) lata p(rese)ntib(us) o(mn)ib(us) scabinis in scampno dempto borch(oven) febr(uarii) xvii
ContributorsGreet Stevens , Jos Jonckheer
Moderated byGreet Stevens
Last update: 2016-12-06 by Jos Jonckheer