SAL7373, Act: R°89.3-V°89.1 (225 of 786)
Search Act
previous | next
Act R°89.3-V°89.1  
Act
Date: 1479-10-19

Transcription

2019-05-21 by Greet Foblets
Vander aenspraken die jan willems van ons gened(ichs) he(re)n shertoge(n)/
wege(n) als meye(r) van loeven(en) in absen(cien) he(re)n lod(ewijx) py(n)noc ridders/
meyers van loeven(en) gedaen heeft op henr(icke) vander most/
hem betichtende van diversen pointen die hij soe verre/
zij in feyte wae(re)n geleg(en) en(de) hem bijden voirs(creven) henr(icke) wordde(n)/
ontkint p(rese)nteerde te thoene(n) ende mette(n) minste(n) te gestaen(e)/
bijden welcke(n) oft hij die conste bethoene(n) in al oft in/
deele hij criminelijc conclude(re)nde versocht ende meynde/
dat he(m) de selve gewijst soude werde(n) ter banck ende/
scharper examinacie(n) om van hem naerde(r) te weten(e) zijne/
meyni(n)ge vand(en) woorde(n) bij he(m) int corenhuys gesproke(n)/
en(de) de name(n) vand(en) ghene(n) die int werc vand(en) beruerte(n)/
d(air) zijne woorde(n) af luydde(n) bijstantich souden wesen Dair/
teghen de voirs(creven) henr(ic) hem verantwerden(de) sond(er) int p(ri)ncipael
//
te treden ontkinde tbijlegge(n) en(de) dopdoen svoirs(creven) meyers hopende/
datmen dat ne(m)mermeer bevinden en soude Mair dede seggen/
dat hij corts voir zijne(n) aentast ontboden hadde geweest voir den/
rade vander stad dair hij beticht was van e(n)nig(en) d(er) voirs(creven)/
pointe(n) en(de) dat d(air)toe ald(air) soe vele geschiede dat bijden rade/
vand(er) stad get(er)mineert en(de) uutgesproken was dat hij soude/
gaen thuysweert dair hij te vreden wae(r) Ende dat hij alsoe/
gaende sijns weechs om acht(er)volgen(de) der voirs(creven) uutspraken ewech/
gaende ende comende inde steenstrate neven corniel(ijs) nagelmak(er)/
hij aengetast wert contrarie der selver t(er)minacie(n) ende yeseder des/
wel vi weken was gelede(n) gevange(n) hadde gesete(n) Dese/
pointe(n) en(de) principalijc vand(en) voirs(creven) t(er)minacie(n) p(rese)nteerde hij te thoene(n)/
hopen(de) waer hij die conste gethoene(n) dat de voirs(creven) meye(r) te vroech/
op wae(r) en(de) dat hij sculdich soude zijn hem costeloes te ontslaen(e)/
en(de) uuter vroente(n) te laten hem des gedragen(de) totten rechte Op/
dwelc de meye(r) replice(re)nde hoopte dat hem dien inval gheene/
onstade doen en soude en(de) dat sulcken t(er)minacie(n) al waren/
die geschiet m(ijn) gened(igen) hee(re) zijne(n) gevangen(en) niet ontrecken noch/
los setten en souden besund(er) in dusdanige(n) stucken die soe/
groot en(de) horribel wae(re)n dat die niet meerde(r) sijn en mochten/
want zij aenghinge(n) crime(n) lese maiestat(is) dat dmeeste exces/
wae(r) datmen conste gedincken ende soude dat soe zijn soe mocht/
m(ijn) gened(igen) hee(re) in dien sijns gevangen(en) berooft wordden Es gewijst/
bij scepen(en) van loeven(en) ter manissen smeyers gelieft den voirs(creven)/
henricke naerder tantwerden dat hij dat doen mocht mach/
Act(um) in sca(m)p(n)[o] cor(am) om(n)ib[(us)] scabinis dempt(is) borch(oven) duffle oct(obris) xix
ContributorsGreet Stevens
Moderated byGreet Stevens
Last update: 2016-11-15 by Jos Jonckheer