SAL7373, Act: V°127.2-V°128.1 (297 of 786)
Search Act
previous | next
Act V°127.2-V°128.1  
Act
Date: 1479-11-23

Transcription

2019-12-22 by Greet Foblets
Vanden gedinge dat geweest heeft inde banc voir meye(r) en(de) scep(enen)/
van loeven(e) tusschen anthonijse nootbec sone willems nootbec en(de)/
pete(re)n de man swag(er) desselfs anth(onijse) beyde als geleyt nae des(er) stad/
recht voir ii rijd(ers) lijfpen(sien) aen roelof de lanshee(re) totten goeden have/
ende erve henricx kersmakers ter eend(er) zijden ende gheerde/
mo(m)maert geheete(n) de cuype(re) ter ande(re) Aldaer de voirs(creven) geleydde/
deden ierst lesen hue(r) voirs(creven) beleyt ende d(air)entinden deden zij/
segge(n) hoe dat zij hen hadden doen leve(re)n met brieve(n) vand(er) stad/
des voirs(creven) henr(icx) kersmakers goede ende namelic een half boend(er)/
lants gelegen terps op hoegelinge tussche(n) [vacat]/
dwelc de voirs(creven) gheert metter hant hadde en(de) den selven g(heer)de ende/
ande(re)n de hande hadde doen lichten ende dach alhier doen beteyken(e)/
versueken(de) thue(re)r conclusien hen en(de) hue(re)n voirs(creven) beleyde alle de/
voirs(creven) goede aengewesen te wordden om dair aen te moegen/
verhalen de wettige gebreken vand(en) voirs(creven) scep(enen) br(ieve) van loeven(e)/
van twee rijd(ers) lijfpen(sien) die hen met rechte ov(er)gegeven was/
ende d(air) voe(r) zij gelijc vo(r)e geleyt wae(re)n Welcke gebreken/
zij bij eede des voirs(creven) willems nootbec vaders des voirs(creven)/
anth(onijse) ende sweers svoirs(creven) pet(er)s de man ofts noot ware/
p(rese)nteerden te doen verclare(n) ende verifice(re)n hopen(de) dat dat/
alsoe behoirde hen des gedragen(de) totten rechte en(de) oft he(m)/
dair tege(n) yemant oppone(re)n woude zoe p(ro)testeerden zij onverlet/
te staen(e) om dat aengehoirt dair inne naerder en(de) breeder/
heur sake op te doene soe hue(re)n raed gedragen soude Dair/
tege(n) de voirs(creven) g(heer)t mo(m)maert hem verantwerden(de) dede seggen/
hoe dat hij int voirs(creven) half boender lants behoirlic gegoet ende
//
geghicht was bijden voirs(creven) kersmake(re) en(de) dat hem dat/
toebehoirde uut saken en(de) tijtle van wettig(en) coope ende/
al mocht soe zijn dat tvoirs(creven) beleyt oudere zijn mochte/
van date dan zijn voirs(creven) guedinge Soe soudemen/
nochtan bevinden dat de voirs(creven) wille(m) nootbecx die een/
van des voirs(creven) henr(icx) kersmakers borgen was voir de voirs(creven)/
twee rijd(ers) lijfp(ensien) en(de) den welcke(n) de voirs(creven) geleydde gep(rese)nteert/
hadde(n) totter voirs(creven) verificacie(n) te bringe(n) vand(er) scult dair voir/
sij gelijc vo(r)e geleyt ware(n) over lange jae(re)n ontfangen/
hadde van desselfs henr(icx) kersmakers des p(ri)ncipaelswege(n)/
twintich pet(er)s om d(air) mede de voirs(creven) lijfpen(sien) soe verre/
die pe(n)ningen strecte(n) int principael af te quite(n) en(de)/
dat d(air) nae de selve(n) wille(m) van eene(n) zijne(n) medeborge(n)/
geheete(n) heyne lonijs ontfangen hadde seve(n) rijders om/
te bestaden in sijn part vand(en) voirs(creven) borchtocht gedroechs/
he(m) voirt tot den voirs(creven) roelofve lanshee(re) dien de voirs(creven)/
lijfpen(sien) toebehoirde dat hij ten tide als de voirs(creven) wille(m)/
de voirs(creven) twintich pet(er)s ontfinc te vreden en(de) bereet/
soude hebben geweest die op afslach vand(en) p(ri)ncipalen/
pe(n)ning(en) zijnder lijfpen(sien) te ontfange(n) soe verre die/
strecte(n) hadden hem die bij willem(me) gep(rese)nteert geweest/
des neen en(de) dat den selve(n) roelofve van skersmakers/
wege(n) gevraecht wert oft hij die so(m)me op afslach vand(en)/
p(ri)ncipale(n) sijnd(er) lijfpen(sien) woude neme(n) en(de) dat roelof/
d(air) op hadde geantwert jay Dat voirt onlancx leden/
voir den stadhoude(r) vand(en) rintm(eeste)r vand(er) vuere(n) en(de) vilvorde(n)/
m(ijns) gened(ichs) hee(re)n ts(er)tog(en) van brab(ant) onder dbedrijf van erps/
en(de) voir eyge(n) genote(n) desselfs m(ijns) gened(ichs) hee(re)n de voirs(creven) wille(m)/
die de voirs(creven) scult verifice(re)n soude voir hem en(de) de zijne/
quijtgescouwen hadde den voirs(creven) g(heer)de en(de) hadde gelooft den/
selve(n) g(heer)de ne(m)mermeer te moyen noch aen te spreken/
als vand(en) halve(n) boend(er) lants voirs(creven) dat de selve g(heer)t/
gecrege(n) hadde teg(en) den voirs(creven) henr(icke) de kersmake(re) en(de) sijnd(er)/
huysvr(ouwe) d(air) de voirs(creven) kinde(re) nootbecx toe geleyt wae(re)n/
en(de) dat de voirs(creven) wille(m) dese kinnesse gelofte en(de) quitan(cie)/
hadde gedaen die wile dese voirs(creven) questie alhier in rechte/
hinc En(de) dat ov(er)mits en(de) inde stad van dien de selve/
g(heer)t mo(m)mart overgaf den selve(n) willem(me) nootbecx eene(n)/
brief van ii peters lijfpen(sien) d(air) de voirs(creven) henr(ick) kersmake(re)/
den selve(n) g(heer)de inne gegoed hadde voir zijn waerscap/
vand(en) voirs(creven) halve(n) boend(er) lants alsoet dair gelege(n) is/
was Welcke pointe(n) alle de voirs(creven) gheert soe
//
verre he(m) die ontkint werdde(n) p(rese)nteerde te bewijsen ende/
mette(n) minste(n) te gestaen(e) hopen(de) waer hij dat conste gedoen/
dat de voirs(creven) geleydde verdoelt wae(re)n aen sijn voirs(creven) goede/
hem des getroesten(de) totte(n) rechte Es de voirs(creven) gheert gewijst/
tot zijne(n) thoene en(de) ten dage d(air) toe gestelt heeft hij /
volcomelijc genoech gethoent alle sijne voirs(creven) vermeten/
Soe verre dat uuterlijc de scepen(en) gemaent vand(en) meye(r)/
wijsden met vo(n)nisse dat de voirs(creven) geleydde met hue(re)n/
beleyde verdoelt wae(re)n op de voirs(creven) goede d(air) questie af/
is p(rese)ntib[(us)] scab(inis) in sca(m)p(n)[o] no(vem)[br(is)] xxiii
ContributorsGreet Stevens
Moderated byGreet Stevens
Last update: 2016-11-22 by Jos Jonckheer