SAL7373, Act: V°38.1 (96 of 786)
Search Act
previous | next
Act V°38.1  
Act
Date: 1479-08-03

Transcription

2018-11-13 by Greet Foblets
Wij berthem moelen scepen(en) van loeven(en) doen cond/
allen lieden dat voe(r) ons come(n) sijn gabriel offus met ja(n)ne/
vand(er) to(m)men zijne(n) behuweden sone in deen zijde en(de) her/
jan de grove priester ter ande(re) kennende en(de) lijdende/
dat zij met malcande(re)n in erfvorweerde(n) overcomen sijn/
der pointen nae bescreve(n) die zij deen den ande(re)n gelooft/
hebben tonderhouden Inden yerste(n) dat de voirs(creven) h(er) jan uut/
den huyse met zijne(n) toebehoirte(n) gelegen inde hoelstrate/
dwelc hij jege(n) den voirs(creven) gabriele gecrege(n) heeft erflijc/
drage(n) sal en(de) betalen den voirs(creven) gabriele alsulcke(n) twee/
r(yns) guld(en) als de selve gabriel jegen de meesterssen en(de)/
provisore(n) vand(en) grooten beghijnhove afgequijt en(de) gecrege(n)/
heeft en(de) die de selve vand(en) beghijnhove hadde ende/
meest(er) claes lobbele priest(er) plach te heffen op thuys geleg(en)/
inde selve strate tussche(n) de goede meest(er) jans wynckel/
op deen zijde en(de) de goede gerard(en) doys op dande(re) en(de) dat/
om der reden(en) wille dat de voirs(creven) her jan sijn huys voirs(creven)/
d(air)op als voirco(m)mer genome(n) hadde It(em) en(de) om alle stoot/
te scouwen die namaels gebue(re)n soude moegen om de/
valuacie vand(en) selve(n) twee guld(en) ende oic vand(en) sesthie(n)/
vrancr(ijcsche) crone(n) goet van goude ende swaer van gewichte/
oft de weerde dair af die de selve gabriel totten voirs(creven)/
twee guld(en) jaerlijcx en(de) erflijc heeft op tselve huys des/
voirs(creven) her jans gelijc scepen(en) brieve(n) van loeven(en) dair op/
gemaect dat inhouden Soe sijn de selve p(ar)tie(n) van/
dien verleken dat de selve h(er) jan voir elcken ryns guld(en)/
vijf scellinge seve(n) en(de) eene(n) halve(n) pe(n)ning(en) en(de) voir den scellinc/
tweelf gr(ipen) brabants en(de) voir elcke vand(en) voirs(creven) sesthien crone(n)/
seve(n) gelike scellinge brabants ende dat van des dair/
af onbetaelt uutstaet oft voirtaen verschijne(n) sal [ende niet meer bet(aelt)] ende/
desgelijcx oick int afquite(n) nae der stad ordinan(cien) sonder/
dat men metten brieven vand(en) selven r(yns) guld(en) oft crone(n)/
meer oft min dan voirscr(even) is sal moeghen eysschen/
Ende ter meerder sekerheyt van desen hebben de/
voirs(creven) partien malcande(re)n tonderpande gesedt bij orlove/
tshee(re)n vand(en) gronde Te weten(e) de voirs(creven) her jan/
den voirs(creven) gabriele en(de) sijne(n) sone tvoirs(creven) huys en(de) de voirs(creven)/
gabriel en(de) sijn sone den voirs(creven) her janne de voirs(creven)/
rinte van twee r(yns) guld(en) ende sesthien crone(n)/
geloven(de) malcande(re)n d(air)af genoech doen alsoe dat elcken/
vast en(de) seker sijn moege tot ewigen daghen cor(am) berthe(m)/
moelen aug(usti) iii
ContributorsGreet Stevens , Jos Jonckheer
Moderated byGreet Stevens
Last update: 2016-11-08 by Jos Jonckheer