SAL7375, Act: R°56.1-V°56.1 (133 of 1101)
Search Act
previous | next
Act R°56.1-V°56.1  
Act
Date: 1481-08-14

Transcription

2019-05-28 by Dieter Taillieu
Acht(er)volgen(de) den vo(n)nisse van scepen(en) van loeven(en) gewesen julii xii lestleden/
tusschen joese de bruyne als p(ro)cur(ator) lijsbetten en(de) alite(n) svel svlemi(n)x gesust(ere)n/
t(er) eenre en(de) henricke vand(er) strate(n) t(er) ande(re) ald(air) de vors(creven) henric gewijst was/
tot sijne(n) thoene en(de) den eed bij he(m) gep(rese)nteert hielden de he(re)n te henw(er)t es/
op heden comen inde banc voir meye(r) en(de) scepen(en) van loven(en) de vors(creven) henric en(de)/
dede blijke(n) met i c(er)tificacie(n) van ii scep(enen) van tyel dat wille(m) de haze voir/
he(m) getuycht hadde dat de vors(creven) henric gecocht hadde en(de) wel betailt tege(n)/
eenen geheete(n) jan panssier een panssier en(de) dat hij dat voort geleent hadde/
machiele de vlemi(n)c en(de) dat machiel in dit panssier gheen recht en hadde/
and(er)s dan henric hem dat uut goed(er) geselschap geleend hadde tuychde vort/
met i c(er)tifica(ci)[en] ond(er) ii scep(enen) segele van h(er)wairde(n) dat vele goed(en) ma(n)nen/
d(air) geclaert hadde(n) dat henric vors(creven) en(de) wijlen mychiel vlemi(n)c tot h(er)waird(en)/
d(air) zij met malcande(re)n ind(er) soudye quame(n) liggende v(er)enicht wardde(n) bij middele/
van goede(n) ma(n)ne(n) vanden gescillen die zij gehad hadde(n) tot dryel dair sij/
tsamen ind(er) soudyen hadden gelege(n) en(de) dat zij van malcand(ere)n wae(re)n te vred(en)/
gestelt en(de) samentlijc theerde(n) aten en(de) drancken en(de) hielden wael den vrede/
en(de) den peys met een want de nabue(re)n ald(air) mer hebben in woirde(n) soude(n)/
zij d(aer) tsame(n) hebben gelege(n) dat ind(er) soudien sij en moeste(n) accort en(de) v(er)enicht/
sijn It(em) tuychde vort met c(er)tifica(ci)[en] ond(er) ii scep(enen) segel van zantbo(m)mel hoe dat/
henric hubertss(one) voir hen bij eede gec(er)tificert heeft dat henric vand(er) strat(en) hem/
gheen gelt geloeft en heeft te betale(n) van machiels wege(n) en(de) dat de selve machiel/
gequetst wart voer cranenborch en(de) qua(m) mett(en) quetsue(re)n tot sijne(n) huys t(er) herberg(en)/
en(de) die quetsue(r) genas he(m) de vors(creven) henric en(de) dat hij die mycht? gehoort hadde/
dat machiel henr(icke) [vand(er) strat(en)] geloofde dat wel te v(er)geld(en) des hij niet en hadde gedaen/
It(em) noch dede hij blijk(en) met i c(er)tifica(ci)[en] voir ii scep(enen) van santbo(m)mel dat gheman/
schoene(n) claerde voir hen bij eede soe hij in eend(er) vrouwe(n) voe(r) in eene(n) brieve gec(er)tificert/
hadde die des vors(creven) machiels sust(er) was d(air) de selve gheman inne gevuert heeft van/
eend(er) tesschen en(de) dair wat wird(er)? inne was dat hij and(er)s niet en wiste dair/
en was inne een(en) vyng(er)hoet en(de) garen en(de) een quaet doecsken dat mett(er) tesschen/
licht weert was ii oft drie blancke(n) en(de) voir voird(er) soe hij gec(er)tificeert hadde/
in eene(n) brief en(de) tuychde vort dat hij den vors(creven) henricke(n) mychiels reerscap hadde/
gegeven want hij heyne(n) hoorde segge(n) dat machiel sijn geswore(n) brued(er) we(re) en(de) hij/

//
bij dien meynde dat sijn gerecht erfg(enaem) wae(re) geweest welk(en) thoen aldus/
geleyt en(de) de wed(er)p(ar)tie d(air) op geallig(eer)t en(de) dien wed(er)leecht hebben(de) de scep(enen)/
ind(er) sak(en) gemaent gewijst hebbe(n) met vo(n)nisse soe v(er)re de vors(creven) henric/
den eed doet dien hij gep(rese)nteert heeft dat hij dan d(er) aensprake(n) ongehoud(en)/
sal sijn lata p(rese)ntib(us) o(mn)ib(us) scabinis in scampno dempt(is) roelants thenis/
aug(usti) xiiii
ContributorsLieve Van Hoestenberghe , Jos Jonckheer
Moderated byLieve Van Hoestenberghe
Last update: 2017-01-25 by Xavier Delacourt