SAL7375, Act: R°61.1 (140 of 1101)
Search Act
previous | next
Act R°61.1  
Act
Date: 1481-08-18

Transcription

2019-06-20 by Dieter Taillieu
Vander saken en(de) questien gecomen bijden raide vander stadt tusschen/
gielijse vanden meertshoven vleeschouwe(r) douwe ter eender zijden en(de) ja(n)ne/
andries ter ande(re) aldair de selve gielijs te kynnen gaf hoe h dat hij den/
selven ja(n)ne te vastelavont lestleden leende seke(re) pe(n)ni(n)gen totter/
so(m)men van xl rinssche gulden(en) eens op alsulken condicien en(de) vorweerden/
dat de selve jan hen va(n) dage te daghe leve(re)n soude pensen vand(en) beesten/
die hij dagelijcx slaen soude met welken pe(n)ni(n)gen voirs(creven) de selve/
henr(ic) hem behulpen soude om beesten inne te coopen(e) en(de) te slane/
en(de) was doen t(er)tijt oic bevorweert en(de) ondersproken dat de voirs(creven)/
jan van dier so(m)men bij alsoe hij egheene leveri(n)ge en dade inder mate(n)/
voirs(creven) den selven gielijse vestich(eyt) doen soude den rechte genoech zijnde/
van zijne(n) pe(n)ni(n)gen voirs(creven) om die weder te crigen(e) alst hem gelieve(n)/
soude bidden(de) en(de) bege(re)nde de voirs(creven) gielijs va(n) rechts weegen dat/
hem d(air)van rastoer gebuerde vanden selven pe(n)ni(n)gen want jan zijn/
vorweerden niet gehouden en hadde noch egheene vesticheyt geset/
vanden selven inder maten gelijc dat bevorwert was d(air)op de selve/
jan dede zijn onschout seggen(de) dat hij niet en hadde co(n)nen geslaen/
noch zijn neri(n)ge gehante(re)n mits siecten die hij gehadt hadde bidden(de)/
en(de) bege(re)nde dat de hee(re)n dat aensien wouden en(de) den selven gielijse/
onderwijsen dat hij met hem woude lijden hij soude voirtaen doen/
dbeste dat hij conste om den selven te contente(re)ne beky(n)nen(de) genoech/
de schult vanden geleenden pe(n)ni(n)gen voirs(creven) en(de) dovercomen va(n) dien/
d(air)op de voirs(creven) gielijs seyt dat hij zijn pe(n)ni(n)gen behoefde en(de) en conster/
niet langer gederven niet te myn hij p(rese)nteerde hem noch tot thien/
rinsschegulden(en) toe te leenen totten xl bij alsoe hij hem vesticheyt/
dade te voldoen(e) tghene des hij op ande(re)n tijden ae(n)genomen hadde/
oft bij alsoe dat hijs niet gedoen en conste soe begheerde hij/
betaelt te zijne vand(en) xl rinssche gulden(en) voirs(creven) d(air)op jan seyt/
dat hem niet wel moegelijc en wae(re) borchtocht oft vesticheyt/
te setten(e) mair p(rese)nteerde altijt te voldoen(e) nae zijn macht d(air)mede/
gielijs niet te vreden en was es geappointeert en(de) get(er)mineert/
bijder stadt nae dien dat de wethouders d(air)op gelet hadden/
dat de voirs(creven) jan den voirs(creven) gielijse zijn pe(n)ni(n)ge die hij hem/
geleent hadde opleggen soude en(de) betalen oft de p(rese)ntacie vanden/
selven gielijse aenveerden en(de) dair van goede vestich(eyt) van/
panden doen den selven gielijse als dat hij des te vreden mocht/
wesen act(um) in (con)silio opidi aug(usti) xviii
//
ContributorsLieve Van Hoestenberghe
Moderated byLieve Van Hoestenberghe
Last update: 2017-01-25 by Xavier Delacourt