SAL7375, Act: V°56.2-R°57.1 (134 of 1101)
Search Act
previous | next
Act V°56.2-R°57.1  
Act
Date: 1481-08-14

Transcription

2019-08-30 by Dieter Taillieu
Aldair in rechte comen zijn inde banc voir meye(r) en(de) scepen(en) van loeven(en) gielijs/
robbijns arnt scrine ter eend(er) sijden en(de) gielijs robbijns t(er) ande(re) en(de) de selve/
arnt dede lesen een vo(n)nisse tussce(n) hen gewesen opte(n) ix dach junii lestleden/
heeft versocht de selve arnd dat hem vand(en) scepen(en) brieve d(air) tselve vo(n)nisse op/
sprac en(de) voirt vand(en) selven vo(n)nisse execucie van rechte ov(er) den selve(n) [gielise] als d(air) voe(r)/
alsdan gevangen sitten(de) mocht gebue(re)n zoe die hij tot voldoeni(n)gen van dien/
mocht come(n) oft dat hem de selve gielijs wordde gestelt te mynd(ere)n coste als/
dat na der stat rechte behoude heeft de selve gielijs gep(rese)nteert henrick/
van landen(en) sijne(n) p(ri)ncipale(n) in sijn stat te bringen in hachten soe hij was/
ten tide vand(en) t(er)minacien tusscen den selven henr(icke) en(de) arnde gegev(en) corts eer/
hij gielijs d(air) voe(r) borge bleef hopende d(air) mede te gestaen en(de) hem selven te/
alsoe mits dien vand(er) selver borchtocht voir henr(icke) gedaen en(de) vand(en) hachte(n)/
d(air) inne hij uut saken der selver borchtocht hadde geweest ontslage(n) en(de) gelost/
te wordden hem des gedragen(de) totten rechte dair tege(n) de vors(creven) arnt sustine(re)nd/
de (contra)rie dede seggen hoe wel gielijs als borge des vors(creven) henr(icx) d(air) voe(r) gesproke(n)/
en(de) v(er)antw(er)t mocht hebben trecht vand(en) scepen(en) brieven des vors(creven) arnts te v(er)wachte(n)/
en(de) tgewijsde van dien te voldoene oft den selve(n) henr(ick) wed(er) d(air) voe(r) ind(er) hachte(n)/
te leve(re)n soe hij was ten tide vand(en) vors(creven) t(er)mi(n)acien soe en hadde nochtan de/
selve giel(ijs) soe vele nyet gedaen voir dese tijt dat hij den voirs(creven) henr(icke) dier gelufte(n)/
acht(er)volgen(de) wed(er) in hachte(n) hadde gelevert al waest soe dat hij arnt dair voe(r) de(n)/
vors(creven) brief vand(er) borchtocht ov(er) den vors(creven) gielise t(er) execucie(n) hadde gestelt en(de) dien/
doen ov(er) hem vo(n)nissen vand(en) xxviii daige ap(ri)lis lestlede(n) en(de) oic hoe wel hij d(air)/
o(m)me den vors(creven) gielise die d(air) voe(r) was bleve(n) sitten(de) in hachte(n) bedingt hadde van/
voe(r) den ix dach junii lestlede(n) en(de) dat [hij] te(n) selve(n) ix[te(n)] daige junii hij mette(n) selven/
vo(n)nisse geduemt wart den selven scepen(en) brief vand(er) borchtocht bij he(n) gedaen te
//
voldoene en(de) ald(us) tendeerde hij tsijnd(er) vors(creven) (con)clusien hebben de scepen(en)/
van loeven(en) t(er) manissen smeyers gewijst voer een vo(n)nisse dat de/
vors(creven) arnd scrine op den vors(creven) gielise voirtvare(n) mach niet tegenstaen(de)/
der calangien en(de) dae(re)ntende(n) recht cor(am) eisd(em)
ContributorsLieve Van Hoestenberghe , Jan Boncquet
Moderated byJan Boncquet
Last update: 2017-01-25 by Xavier Delacourt