SAL7377, Act: V°207.2-V°208.1 (402 of 951)
Search Act
previous | next
Act V°207.2-V°208.1  
Act
Date: 1483-11-27

Transcription

2021-11-04 by arlette De Paepe
Inder saken ende questien op heden voir meye(r) en(de) scepen(en)/
geport tusschen goirden hanckairt t(er) eender en(de) bartel(meus)/
vasont t(er) ande(re) zijden aldair de voirscr(even) goirt te ky(n)nen/
gaff hoe dat hij in tijden voirleden vercrege(n) hadde/
eene(n) rijde(r) lijfpen(sie) tege(n) joose wijle(n) zedele(re) staen(de) ten/
live desselfs wile(n) joes en(de) g(er)truyden zijnd(er) sust(er) alnoch/
leven(de) die den selve(n) joese in deylingen gevalle(n) was/
aen ende op een huys metten hove ende zijne(n) toebehoirte(n)/
/ gelegen inde dorpstrate tusschen de goed gielijs van/
goerbroeck ende de goede he(re)n jans ylkarts p(ri)esters comen(de)/
achter inde strate geheete(n) de dweersten keyberch dwelck/
huys toetebehoire(n) plach willem(me) berckman ende nu/
toebehoirende den voirscr(even) bartelmeeuse gelijck dit al/
genoech bleeck bij zeke(re)n div(er)sen scepen(en) brieve(n) bijde(n) selve(n)/
goirde aldair geexhibeert ende want de voirs(creven) bartel(meeuse)/
hem h(ier) van weygeringe gedaen hadde en(de) van zijnd(er) bet(aling)[en]/
ende de pe(n)ni(n)gen geset onder wet vand(en) gevallen(en)/
rinten vanden selve(n) rijder d(air)mede hij zij(n) recht geschut/
hadde te moege(n) voirts vare(n) op zijne(n) pant Soe beg(er)de/
ende versocht de voirs(creven) goirt geme(r)ct oick dat tvoirs(creven)/
huys bertel(meeus) voirscr(even) ende zijne(n) voirsten gewara(n)deert/
was onder dande(re) co(m)me(r) dair uuytgaen(de) opden voirscr(even)/
rijder aen lijsbetten boekels moeder der voirs(creven) kinde(re) die/
theffen dair inne hadde en(de) hue(r) man jan wijle(n) uuyte(n)/
hove dat hem de voirscr(even) rinten aenden voirs(creven) pant/
werden mochte oft dat hij zijn recht d(air) van voirts/
vorde(re)n mochte soe dat behoirde Hopen(de) dat hem tselve/
nae dbescheyt dair van bij hem geexhibeert en(de) oick nae/
de possessie en(de) heffen(en) vander selver rinten die hij tot/
desen tijde gehadt hadde en(de) alnoch hoepte te hebbene/
leven(de) de voirs(creven) g(er)truyt die alnoch in wesen(e) was/
werd(en) soud(en) Dair tegen de voirs(creven) bartel(meeus) dede segge(n)/
exhibe(re)nde ald(air) zij(n) guedinge vand(en) selve(n) huyse dat/
hij hem aen dbesceyt van goirden niet en stiet noch/
hem tontstaden niet gecome(n) en conste gem(er)ct dat/
zijn guedinge vand(en) selve(n) huyse sprack ende hem/
gewarandeert was bijden selve(n) gerde hanck(airt) dair hijt/
tegen gecrege(n) hadde op eene(n) rijder lijfpen(sie) v(er)creghen/
bij lijsbetten boekels ende want de voirscr(even) lijsbeth/
/ ov(er) lange(re) tijden aflivich ende ov(er)leden was soe hoopte/
hij dair van ongehouden te zijne seggen(de) oft hij/
e(n)nige betalingen gedaen mocht hebben onwete(n)s den/
selve(n) goirde dat hem dat tot gheene(n) onstade come(n)/
en soude proteste(re)nde vanden restoir in dien tege(n)/
den selve(n) goirde te v(er)halen(e) gem(er)ct dat lijsbeth/
alleene gelijck voirscr(even) steet in zijne guedinghe/
geruert stont zonder e(n)nige ande(re) live te noemen(e)/
Seggen(de) dat hij oick alsoe g(r)[o]telijck tselve huys/
mescocht soude hebbe(n) met meer woirde(n) bij he(n) geallig(er)t/
luttel dienen(de) in rechte D(air)op goirt wed(er)om (r)epliceerde/
en(de) seyt al wairt dat bertelmeeus brieff sprack allee(n)lijc/
vander v(er)crige van lijsbetten boekels dat en conste he(m)/
niet gehinde(re)n want dat wair was gem(er)ct dat jan/
en(de) zij tsame(n) in hue(re)n leven(en) die pensie vercrege(n) hadden/
en(de) op huer(er) beyder kinde(re) live voirscr(even) mids den welken/
niet en volchde dat d(air)o(m)me mids der aflivich(eit) d(er) selver/
lijsbetten de voirscr(even) rinte versmolte(n) soude wes(en) ten/
ware dat g(er)truyt die alleene noch leven(de) was/
verscheyden soude wes(en) va(n) deser werelt nae tenue(r) va(n)d(en)/
principale(n) scepen(n) brieve(n) d(aer)mede de voirs(creven) rinte gecrege(n)/
w(er)t gem(er)ct dat dwairscap niet en sprack dat de/
lijfpen(sie) te live va(n) lijsbetten boekels stont opt voirscr(even)/
huys bliven(de) bij zijn conclusie als bove(n) Es met vo(n)niss(en)/
gewese(n) ter manissen smeyers bijden scepen(en) dat den/
voirscr(even) goirde sculdich soude zijn te volgen(e) de rinte/
dair questie af is aenden pant voirscr(even) oft aende gesette/
pe(n)ni(n)gen oft in gebreke va(n) dien zijn recht te moege(n)/
volgen opde(n) selve(n) pant soe dat behoirt in sca(m)p(n)[o]/
novembr(is) xxvii
Contributorskristiaan magnus
Moderated bykristiaan magnus
Last update: 2016-11-23 by Xavier Delacourt