SAL7380, Act: V°35.2-R°36.1 (82 of 449)
Search Act
previous | next
Act V°35.2-R°36.1  
Act
Date: 1486-07-29
LanguageNederlands

Transcription

2020-08-23 by Jef Willemsens
It(em) gielijs van nethen(en) die hier voirmaels getrouwt heeft/
gehadt margriete(n) wijlen van thiene(n) t(er) eende(r) en(de) jan van/
thiene(n) en(de) else van thiene(n) sijn sust(er) brued(er) en(de) sust(er) d(er) voirs(creven)/
wijlen m(ar)griete(n) met (con)sente jans vand(er) rest d(er) selv(er) elsen/
wettich man en(de) mo(m)boir t(er) ande(re) in p(rese)ntia hebben gekint dat/
sij bij middele van vriende(n) met malcande(re)n ov(er)comen sijn/
aengaen(de) den gedinge dat zij tegen malcande(re)n uutstaende/
gehadt hebben voir tgeestelijck gerichte van luydick d(er) pointe(n)/
en(de) condicien hier nae volgen(de) Te weten(e) van acht hollan(sche)/
gulden(en) tsjaers die den voirs(creven) gielise met sijnd(er) voirs(creven)/
wijlen huysvr(ouwe) in huwelijcker vorweerde(n) toegeseecht wae(re)n/
van welken geschille sij in meeste(re)n [van] rechte eene(n) langhen/
tijt gebleve(n) wae(re)n om een uut(er)lijck appointeme(n)t van hen/
te hebben(e) die sij malcande(re)n gelooft hebben tond(er)houden/
en(de) te voldoen(e) Te weten(e) dat de voirs(creven) jan van thiene(n)/
ende else sijn sust(er) met (con)sente als voe(r) den voirs(creven) gielise/
geven sullen en(de) betalen en(de) gelooft hebben te geven en(de) te/
betalen en(de) hem voird(er) oft hijs beg(er)t te bevestige(n) op goede/
borgen oft pande bynnen loven(e) vijff hollan(sche) gulden(en) tsjaers/
ten live des voirs(creven) gielijs van nethen(en) om hem die jairlijcx/
alsoe langhe als hij liven sal te hebben(e) en(de) te heffen(e) welcke/
vijff hollan(sche) gulden(en) tsjaers te xvi stuv(er)s tstuck drie pl(a)c(ken) p(er) st(uver)/
jairlijcx vallen en(de) verschijne(n) sullen opte(n) xii(ten) dach va(n) junio/
dair aff den yerste(n) valdach sijn sal opte(n) xii[ten] dach junii/
naestcomen(de) Ende mits desen soe heeft de voir(creven) gielijs van/
nethen(en) den voirs(creven) ja(n)ne van thiene(n) sijnd(er) sust(er) en(de) hue(re) erfgena/
men volcomelijck quijt gescouden van allen en(de) yegewelken/
saken eysschen (con)dicien geluften oft toeseggen(en) die hem in e(n)nig(er)/
manie(re)n in huwelijcker vorweerden toegeseecht moege(n) wesen/
ne(m)mermeer aen te spreken in gheene(n) rechte gheestelijck noch
//
weerlijck Sed war(andizare) Ter ande(re)r sijden hebben de voirs(creven) jan/
van thienen ende else sijn suster met (con)sente des voirs(creven) jans vand(er)/
rest huers mans volcomelijck quijtgescouden den voirs(creven) gielise/
van nethen(en) van allen en(de) yegewelken haeflijken goeden en(de)/
vliegen(de) erve(n) en(de) oic van allen vercregen(en) goede(n) het sij erfgoede(n)/
oft ande(re) die de voirs(creven) gielijs mett(er) voirs(creven) wijlen m(ar)gr(iete)/
sijnd(er) huysvr(ouwe) vercregen mach hebben in e(n)nig(er) manie(re)n en(de)/
die de voirs(creven) gielijs met sijnd(er) huysvr(ouwe) t(er) tijt dat zij/
leefde besadt Geloven(de) de voirs(creven) jan van thiene(n) met/
sijnd(er) sust(er) met (con)se(n)te als voe(r) den voirs(creven) gielise ende/
sijn erfgename(n) oft nacomelinge(n) d(aer)aff ne(m)mermeer aen/
te spreken in gheene(n) rechte gheestelijck noch weerlijck/
mair h(ier) aff tege(n) eene(n)yegelijken inne te stane en(de) wara(n)t/
te sijne tot eeuwige(n) dagen cor(am) boxhoren hoeven julii/
xxix
Contributorskristiaan magnus
Moderated bykristiaan magnus
Last update: 2017-02-08 by Agata Dierick