SAL7387, Act: R°503.3-V°503.1 (846 of 885)
Search Act
previous | next
Act R°503.3-V°503.1  
Act
Date: 1494-06-14

Transcription

2019-11-06 by kristiaan magnus
Nae dien op heden voir meye(r) ende scepen(en) inde banck de/
procure(ur) m(ijns) he(re)n smeyers van loeven(e) te weten(e) henr(ic) vasont/
de jonge heeft willen voirtsvae(re)n met zijne(n) thoene ind(er)/
/ sak(en) tegen janne van lyere seggen(de) want alle zijn getuygen/
niet p(rese)nt en wae(re)n noch de meeste deele van dien dat hij/
eenen ande(re)n dach hebbe(n) soude Dair tegen de procur(eur) des voirs(creven)/
jans van lye(re) te weten(e) robb(er)t loenijs gesustineert heeft de (contra)rie/
dat hij tot vier oft vijf reysen uuytstel ende dilay hadde/
gehadt dat hij eene(n) dach voir al nemen soude hem des/
gedragen(de) totte(n) rechte De voirs(creven) henricus sustine(re)nde de (contra)rie/
dat hij alnoch eene(n) ande(re)n dach hebbe(n) soude sonder een voir/
al gem(er)ct dat tgebreck in he(m) niet was dan ind(en) getuyge(n)/
Es gewesen t(er) maniss(en) smeyers bijd(en) scepen(en) dat de procur(eur)/
m(ijns) he(re)n smeyers voirs(creven) eenen dach voir al hebbe(n) sal ende/
dat op in dijssendaige naistcomen(de) ende ten naiste(n) dingd(age)/
in scampno junii xiiii
ContributorsKarel Embrechts
Moderated byKarel Embrechts
Last update: 2017-03-02 by kristiaan magnus