SAL7387, Act: V°296.2 (526 of 885)
Search Act
previous | next
Act V°296.2  
Act
Date: 1494-02-04

Transcription

2019-04-16 by kristiaan magnus
Want henrick van raveschote als geleydt nae des(er)/
stadt recht voir zijn wettich gebreck uuyt crachte van/
scepen(en) brieven van loeven(en) tot allen den goeden beyde/
have ende erve willems kerrema(n)s soe wair die/
gelege(n) zijn hem met brieven van des(er) stadt gescreve(n)/
aenden meye(r) van ov(er)ijssche oft zijne(n) stadthoude(r) alle/
de selve goede behoirlijc heeft doen leve(re)n ende [besund(er) alsulk(er) xxi r(ins)g(ulden) [en(de) vier mudde(n) core(n)s] als jeha(n)ne rogier ond(er) heeft en(de) sculd(ich) es den voirs(creven) willem(me) kerma(n)s ende] den/
selve(n) willem(me) [en(de) jeha(n)nen] dach van rechte te comp(ar)e(re)n inde banck/
voe(r) meye(r) ende scepen(en) van loeven(en) doen besceyden oft/
zij hen d(aer) tegen hadden wille(n) oppone(re)n Ald(aer) [zij] op heden/
als ten verstreken(en) daige niet gecomp(ar)eert en es [zijn] noch/
p(ro)cur(eur) van zijne(n) [hue(re)n] wegen den voirs(creven) geleydden co(m)p(ar)e(re)nde/
ende trecht voirt versueken(de) soe verre dat de scepen(en)/
van loeven(en) t(er) maniss(en) smeyers nae dat hen bij resc(ri)pte/
cornel(is) sols meyers van ov(er)ijssche behoirlijck gebleken/
heeft tvoirs(creven) exploit gesciet te zijne gewesen hebben/
voir een vo(n)nisse Wair de wed(er)p(ar)tie des voirs(creven)/
geleydden niet en comp(ar)eert voe(r) den opstaen(en) smeyers/
en(de) der scepen(en) datmen den selve(n) geleydden vanden/
voirs(creven) goeden houden soude inde macht van zijnen/
beleyde scepen(en) brieven ende leveri(n)gen alsoe verre/
alst noch voir scepen(en) come(n) es in scampno febr(uarii) iiii[ta]
ContributorsKarel Embrechts
Moderated byKarel Embrechts
Last update: 2017-02-25 by kristiaan magnus