SAL7387, Act: V°335.2 (576 of 886)
Search Act
previous | next
Act V°335.2  
Act
Date: 1494-02-20

Transcription

2019-05-13 by kristiaan magnus
It(em) de voirs(creven) jonck(er) willem heeft voirts geloeft den voirs(creven)/
pete(re)n van hoye zijne(n) wynne dat hij hem in hand(en) stelle(n)/
en(de) laten sal alle de vruchten en(de) profijte(n) van sijne(n) hove/
en(de) goed(en) metten toebehoirten tot ha(n)nuyt voirs(creven) gelegen en(de)/
namelijck de vruchte(n) die alsnu opde lande vand(en) selve(n)/
hove zijn oft namaels comen sulle(n) sond(er) dair aff yet te he(m)werts/
te mogen trecken(e) oft taenveerden tot en(de) aend(er) tijt toe dat/
de voirs(creven) pet(er) bohon van aldes voirs(creven) steet gheheelijck sal/
zijn vernueght en(de) gecontenteert en(de) dat hij oick de sluyters/
vand(er) schue(re)n in zijne(n) hand(en) leve(re)n stellen en(de) ov(er)geven en(de) oick/
alle de vruchten van sijnen gedeelte stellen en(de) laten sond(er)/
he(m) dier tond(er)winden d(aer)aff yet te eysschen oft ande(r) d(aer)op te/
bewijsen(e) tot dat de voirs(creven) wynne van al gelost sal/
zijn scadeloos cor(am) eisdem
ContributorsKarel Embrechts
Moderated byKarel Embrechts
Last update: 2017-02-25 by kristiaan magnus