SAL7390, Act: R°237.1-V237.1 (407 of 782)
Search Act
previous | next
Act R°237.1-V237.1  
Act
Date: 1496-12-24

Transcription

2018-11-06 by Karel Embrechts
Item h(er) machiel absoloens ridde(r) in p(rese)ntia/
heeft gekint ende gelijdt dat hij lodewijcke van/
marneffe zijne(n) behouden sone getrout hebbende/
jouffr(ouwe) joha(n)nen absoloens docht(er) desselfs he(re)n mach(iels)/
geassigneert ende bewesen heeft ende mits desen/
assigneert ende bewijst in voldoeni(n)gen vander/
huwelijck(er) vorw(er)den desselfs lod(ewijx) hem bijden selve(n)/
he(re)n mach(iele) geloeft de erfrinten nae bescreven/
Ierst dire mudden rogs erffel(ijc) op een huys ende/
hoff metten toebehoirten meest(er)s jans lobbe gelege(n)/
inde leghestrate It(em) drie mudde(n) rogs erffelijc aen/
ende op seke(r) goede ende ond(er)panden willems van/
velthem gelegen te winxele It(em) ond(er)half mudde rogs/
jairlijcx dat andries kerckast(ere) jairlijcx gheeft vand(er)/
pechtingen van seke(re)n lande ond(er) berthem en(de) leefdale/
It(em) noch vijff mudden rogs jairlijcx die willem/
jorijs jairlijcx gheeft vand(er) pechtingen van seke(re)n/
lande te b(er)them oft leefd(ale) It(em) een mudde rogs erff(elijc)/
op seke(r) goede jans vand(en) steenweghe te bierbeke/
It(em) een mudde rogs erffel(ijc) op seke(r) goede d(er) firmarie(n)/
vand(en) groten beghijnhove te loeven(en) teycke(n) oft/
d(aer)omtrint gelegen It(em) een mudde rogs erffel(ijc) op seke(r)/
goede jans van bouchout te berthem gelegen It(em)/
eene(n) ringsg(ulden) erff(elijc) op een huys ende hoff metten/
toebehoirten henr(ix) wijlen pet(er)s gelegen inde biest/
strate te loeven(en) It(em) noch xiii rijders erff(elijc) aen en(de)/
op seke(r) goede wout(er)s vanden tymple gelegen te/
thieldonck met oick allen den leste(n) pachten die/
vand(en) selven xiii rijders lestwerf gevalle(n) zijn/
al nae uuytwijsen(en) vand(en) scepen(en) br(ieve) d(aer) aff/
zijnde Geven(de) de selve h(er) machiel den selven/
lod(ewijcke) van marneff volcomen macht p(ro)cu(r)atie en(de)/
aucto(r)iteyt alle de selve rinten voirs(creven) voirtane/
jairlijcx te manen teyssche(n) optebue(re)n en(de) tontfa(n)g(en)
//
d(aer) voe(r) te panden te daigen te beleyd(en) rastame(n)te/
te doen leggen die met rechte texeque(re)n en(de) te/
vervolgen te bedingen te wynne(n) te v(er)liesen p(ro)mitt(ens)/
rat(um) absq(ue) calculo Behoudelijc dien dat de selve/
lod(ewijc) en(de) zijn werdynne nae daflivich(eit) des voirs(creven)/
he(re)n mach(iele) en(de) m(ijn) vr(ouwe) zijnd(er) medegeselli(n)nen als/
deylinge tussche(n) hue(r) kynde(re) vand(en) goeden acht(er)/
hen bliven(de) gebue(re)n sal alle de voirs(creven) rinten/
en(de) erfpachten sculdich sullen zijn in deylingen te/
bringen Gelovende oic de selve h(er) mach(iel) den/
selve(n) lod(ewijcke) oft hij vand(en) selve(n) rinte(n) voirscreve(n)/
oft van e(n)nigen van dien e(n)nich cortssel soude/
moten doen oft oic dat hen dese rinte(n) voirs(creven)/
niet en volghden en(de) hij die niet en conste/
gecrigen dat hij hem in dien gevalle va(n)d(en)/
selve(n) cortsele innestaen ende reco(m)pense(re)n sal/
en(de) voe(r) de rinten die hem niet en volghde(n)/
ande(r) rinten inde stadt van dien te bewijsen/
cor(am) buetsele baets decembr(is) xxiiii
Contributorskristiaan magnus
Moderated bykristiaan magnus
Last update: 2017-04-19 by Xavier Delacourt