SAL7390, Act: R°44.2 (81 of 782)
Search Act
previous | next
Act R°44.2  
Act
Date: 1496-08-04

Transcription

2018-07-13 by Karel Embrechts
Item lodewijck bierma(n)s oudescoemake(r) heeft geloeft/
anthonijse de smet twee rinsg(ulden) swairs gelts ter/
goeder rekeni(n)gen te betalen(e) te weten(e) alle weken/
eene(n) stuve(r) d(aer) aff tot dat volbet(aelt) sal zijn d(aer) aff/
dyerste betali(n)ge inne gaen sal nu in maendaighe/
naistcomen(de) quol(ibe)t ass(ecu)[tu(m)] Met cond(itien) oft hij den/
yersten tweesten t(er)mijn liet v(er)reycken den derden sond(er)/
bet(alen) soe salt al gevallen zijn ende alsdan sal de/
voirs(creven) anthoenijs moegen gaen panden met (con)sente/
vand(en) borg(er)meest(er) ten huyse des voirs(creven) lod(ewijx) cor(am)/
zande burg(imagistr)[o] augusti iiii[ta]
Contributorskristiaan magnus
Moderated bykristiaan magnus
Last update: 2017-04-18 by Xavier Delacourt