SAL7390, Act: R°459.6-V°459.1 (735 of 782)
Search Act
previous | next
Act R°459.6-V°459.1  
Act
Date: 1497-06-08

Transcription

2019-04-06 by Karel Embrechts
It(em) goirdt ty(m)merma(n)s van corttenaken diens wijfs/
/ goede docht(er) wout(er)s wijle(n) van quathem ov(er)lang gestaen/
hebben onder de leveri(n)ghe voirmaels gedaen bij pauwels(e)/
ramp(ar)t als geleydt totten goeden desselfs wijlen wout(er)s/
ende welke leveri(n)ghe de selve goirdt als mo(m)boir zijns/
wijfs meynde te invalide(re)n als o(n)behoirlijck geschiet soe/
hij seyde ov(er) de goede van zijnd(er) zwegher die huer niet/
mede verloeft en hadde in yweyns ramp(ar)ts sculden/
ende alzoe de selve leveri(n)ghe woude te nyeute doen/
oft ten mi(n)sten de co(n)tinuatie in dien genomen purge(re)n/
dairtoe hij den selve(n) pauwelse hadde doen bescriven/
ende dachbescheyden op heden bij co(n)tinuatien dienende/
Dair de selve pauwels niet gecomp(ar)eert en es ende/
goirdt versocht heeft dontslach van zijne(n) goeden hem/
dairinne te rechte p(rese)nte(re)nde heeft de scepen(en) doen/
manen die gewijst hebbe(n) met vo(n)nisse gelieft/
hem sijn p(rese)ntatie te doen teeken(en) dat hij dat doen/
mach ende heeft hij voirde(r) gebreck dat hij dat volghe/
aenden borg(er)meester in scampno junii viii[a]
Contributorskristiaan magnus
Moderated bykristiaan magnus
Last update: 2017-04-25 by Xavier Delacourt