SAL7390, Act: V°116.2-R°117.1 (201 of 782)
Search Act
previous | next
Act V°116.2-R°117.1  
Act
Date: 1496-10-20

Transcription

2018-10-02 by Karel Embrechts
Want yweyn stevens als geleyt nae des(er) stadt/
recht voir zijn wettich gebreck uuyt crachte van/
scepen(en) br(ieven) van loeven(en) tot allen den goeden/
beyde have en(de) erve gielis wijlen de rode/
geheeten gielijs soe wair die gelegen zijn/
hem met eene(n) open(en) br(ieve) van des(er) stadt gescr(even)/
aen alle officie(re)n alle de selve goede behoirlijc/
heeft doen leeve(re)n ende den erfgenamen wijlen/
des voirs(creven) giel(is) dach van rechte te co(m)p(ar)re(re)n/
inde banc voe(r) meye(r) ende scepen(en) van loeven(en)
//
doen besceyden oft zij hen d(aer) tegen hadden wille(n)/
oppone(re)n Ald(aer) zij op heden als ten v(er)streken(en) daige/
van rechte niet gecomp(ar)eert en zijn noch niema(n)t/
van hue(re)nt wegen den voirs(creven) geleydden co(m)p(ar)e(re)nde/
ende trecht voirts v(er)sueken(de) soe v(er)re dat de/
scepen(en) van loeven(en) t(er) manissen smeyers nae/
dat hen behoirlijc gebleken heeft bij r(e)sc(ri)pte/
vanden meyers m(ijns) he(re)n van gemblours ende/
van sombreff tvoirs(creven) exploit behoirlijck/
gesciet te zijne gewesen hebben voir een vo(n)nisse/
wair de wed(er)p(ar)tie vand(en) voirs(creven) geleydden niet/
en comp(ar)eert voe(r) den opstaen(en) smeyers en(de) der/
scepen(en) datmen [den] selven geleydden vand(en) voirs(creven)/
goeden houden soude inde macht van zijne(n)/
beleyde scepen(en) br(ieven) ende leveri(n)gen alsoe v(er)re/
alst noch voir scepen(en) comen is in scampno/
octobr(is) xx[a]
Contributorskristiaan magnus
Moderated bykristiaan magnus
Last update: 2017-04-18 by Xavier Delacourt